Annemarie en Wim in América Latina

Peru deel 1: Puno and the Belmond Andean Explorer

We komen alsmaar hoger; de grensovergang van Bolivia naar Peru is dit keer in een heel gezellig dorpje gesitueerd. Ons doel is Puno in Peru, een stad op 3.860 meter boven zeeniveau aan de oevers van het Titicacameer en telt 141.000 inwoners. Wim heeft inmiddels het medicijn acetazolamide waardoor hij de eerste volledige nachtrust kon genieten in weken. Acetazolamide is een geneesmiddel voor behandeling van glaucoom, epileptische aanvallen, idiopatische intracraniele hypertensie, hoogteziekte, cystinurie, periodieke paralyse, centrale slaapapneu en durale ectasie. Jullie snappen wel dat hier inmiddels een heel andere man rondloopt ;-)

Puno heeft een haven van waaruit men naar Bolivia kan varen of naar de verschillende eilanden in het meer. Het Titicacameer is het grootste meer van zuid Amerika, met een oppervlakte van 8340 km². Het meer ligt in de Andes tussen Peru en Bolivia. We verblijven hier drie nachten om een beetje bij te komen van alle emoties van de afgelopen tijd. We wandelen door de stad, beklimmen de omliggende rotsen etc. We rijden een stukje met de Peruaanse motortaxi, een soort Tuc Tuc en we ontdekken een bar waar ze Duvel hebben ;-) Overigens ontdekt Wim ook het nagisting-bier dat hier lokaal gemaakt wordt, Cusquena Trigo. Dit bier benadert de smaak van een goede Belgische Tripel.

Van Puno naar Cusco reizen we per trein: de Belmond Andean Explorer; kijk maar eens op https://www.perurail.com/trains/belmond-andean-explorer/ Op dit traject rijdt een hele luxe trein dwars door het prachtige Andesgebergte. Achterin de trein is een panorama-coupé (incl. bar) waar je lekker kunt zitten en de bergen aan je voorbij ziet trekken. Verder kom je dwars door stadjes/dorpjes waar we vaak de markt doorsnijden, de koopwaar lag soms zelfs tussen de rails. Later in het landschap zien we vrouwen met kinderen die hun kuddes laten grazen en mannen die op het land aan het werk zijn. Het is niet echt goedkoop, maar het was wel een belevenis ;-) Een hele mooie coupe met een kingsize bed, twee fauteuils met salon tafeltje + mooie badkamer. Alle drankjes en hapjes, diner en ontbijt inclusief. Bij aankomst op het station om elf uur stond de champagne al klaar. S-avonds laat een stop op de pas (col) op 4.336 meter hoogte met uitzicht op de vulkaanberg 5.539 meter. Na nog eens een laatste (free) slaapmutsje hop naar bed. Onze slofjes stonden voor het bed, de badjassen hingen klaar;-) De trein was inmiddels gestopt in ‘the middle of nowhere’. Daar konden we in alle rust slapen tot 05.00 uur, toen kwam de trein weer in beweging. Het was een vreselijk genoegen om twee dagen in zo’n luxe te leven ;-)

Inmiddels hier in Cusco, de Incastad, gaan we ons bezinnen op de verschillende trail-mogelijkheden of überhaupt een trail naar de Machupicchu. Op naar het volgende verhaal…..

Bolivia deel 2 vanuit La Paz; Death Road en Zipline

La Paz is een grote stad gebouwd in een canyon in het Andesgebergte, 'n breed dal in de hoogvlakte op 3640 meter boven de zeespiegel. Tientallen km van de hoogvlakte rondom de canyon is de nieuwe stad die nog groter is dan de binnenstad. Downtown (oude centrum) is deze stad te vergelijken met Saigon, een en al leven op straat, kraampjes, winkeltjes en markten. De straten zijn smal en vaak erg stijl, daarbij was de binnenstad tijdens ons verblijf zo’n beetje hermetisch afgesloten voor verkeer door protesten van indiaanse vrouwen in traditionele kleding. Voor zover wij konden nagaan ging het over de markt her en der in de stad. Wij hadden onze Posada de La Abuela echt in het hart van dit gebeuren en het was ‘n geweldig hostal. Ook in La Paz kun je zien hoe arm een belangrijk deel van de bevolking is. Veel bedelaars en net daarboven de mensen die wat proberen te verdienen met 20 sinaasappels of soortgelijks. Er is duidelijk ook een bovenlaag en daarvoor (en voor toeristen) zijn leuke voorzieningen. Restaurants met live muziek, restaurants met de stijl en inrichting die zou passen in het oudste deel van Den Bosch, de Uilenburg. Kortom La Paz heeft ons heel prettig verrast met haar sfeer, smalle stijle en sfeervolle straatjes, leuke restaurantjes en kleurrijke markten.  

We hebben een van de meest sensationele (hoogste en gevaarlijkste) mountainbike tours ter wereld beleefd, de zogenaamde Death Road van 4700 hoogte naar 1200 meter diepte. Uitgerust met knie en elleboogbescherming en daar overheen een beschermend pak met een integraal helm op stappen we; Tae Soon Hwang (zuid-Korea), Jaana Viherpuu (Estonia) en wij, op onze zeer goed geveerde mountainbikes. Onder aanwijzingen van de ervaren gids Omar (die ook voorop gaat) begint de tocht op het dak van de wereld in La Cumbre en gaat de stijle en gevaarlijke route 2 uur lang naar Coroico om te eindigen in het stadje Yolosa. Deze oude route gaat volledig downhill en eindigt diep in de warme jungle aan de voet van de bergen. De tocht is ongelofelijk mooi en spannend door de daling van 3500 meter, de schoonheid van de omgeving (overigens heb je niet veel tijd om daarop te letten) en de vele watervallen waar je onderdoor fietst. Het busje met onderhoudsmateriaal etc. is nooit ver bij ons vandaan in geval van pech, heeft vervolgens meer dan 3 uur nodig om ons terug te brengen.

We nemen een langere pauze bij de z.g. ‘zipline’, een kabel die enkele kilometers een diepe kloof overbrugt. Een kaartje hiervoor kost maar 60 Bolvianos (nog geen 8 euro). Je zou denken dat het dan niet echt betrouwbaar is. Zoiets is in Europa stukken duurder. Het ziet er super eng uit, je zweeft echt boven een diepe ravijn. Maar de apparatuur en de mensen die het bedienen stralen vertrouwen uit, dus we besluiten ons enthousiasme te volgen. Iemand van de organisatie gaat ons voor om ons aan de overkant op te vangen. Dat ging heel soepel en veilig, dus de angst zakt een beetje. In superman-vlucht gaan we beiden over de kloof (zie filmpje). Wauw, wat een ervaring! Twee sensationele avonturen op een dag! Dat we dit kunnen en mogen doen maakt ons erg happy :-) We gunnen onszelf geen rust en schrijven dit stuk de volgende dag in de bus van Bolivia naar Peru, op naar het volgende avontuur……….

Bolivia deel 1; zoutvlaktes en Sucre

Bolivia. Het hoogstliggende land ter wereld torent uit boven Zuid-Amerika met weerspiegelende zoutvlaktes, het enorme Andesgebergte en knusse koloniale steden. Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika, maar ongelofelijk rijk aan natuurlijke en culturele schoonheden.

Vanuit Chili zien we het landschap langzaam veranderen in een gigantische witte woestijn; Salar de Uyuni, maar het is geen zand, de eindeloze vlaktes bestaan helemaal uit zout. In het regenseizoen ligt er een flinterdun laagje water als een spiegel op deze grootste zoutvlakte ter wereld. Wij kunnen ons in het winterseizoen vrijelijk bewegen in deze zoutvlakte dankzij Samuel die ons in zijn 4WD de hele zoutvlakte laat zien; oneindige leegte, de blauwe lijn t.b.v. snelheidsrecords, flamingo's bij de vulkaan en cactuseiland (Isla Incahuasi).     350 km over de zoutvlaktes met als afsluiting een prachtige zonsondergang. Het lijkt op dit moment de meest uitzonderlijke belevenis die we hebben meegemaakt.

We zijn inmiddels in Sucre, de formele hoofdstad van Bolivia, de regering is gehuisvest in La Paz (vergelijkbaar met Den Haag en Amsterdam). Sucre is een prachtige stad waar de witte gebouwen en kerken een traditionele koloniale sfeer uitstralen. Smalle straten, maar na de entree (vaak grote houten deuren) kom je op binnenpleintjes en blijkt het gebouw ongekend veel ruimte te bieden, zoals ook onze Casa de Huespedes, B&B.

We blijven hier drie dagen om een beetje te herstellen van de hoogte in Uyuni. Wim heeft vooral ’s-nachts veel slaapproblemen gekend vanwege te weinig zuurstof.

Lekker slenteren door de stad tussen de prachtige witte koloniale gebouwen, lunchen op de markt; een Boliviaanse soep, empanada en vers vruchtensap voor 3 euro. De markt met vrouwen in traditionele kleding tussen de zakken noten, peulvruchten en aardappelen, opgestapelde groenten en fruit, hompen vlees, allerlei gevogelte en cantinas waar ze de meest uitzonderlijke maaltijden bereiden. Zo herkenbaar vanuit onze ervaringen in Azië. Het is dus heel erg genieten van de sfeer, de eenvoud en de gezellige drukte. Tegelijkertijd is het ook wel schrijnend om te moeten aanschouwen hoe ongezond ze hier leven, de milieuvervuiling; zwerfvuil en vooral de hoeveelheid  fijnstof door oude auto’s en bussen in deze mooie stad.

Donderdag 17 augustus vertrekken we naar La Paz. We hebben twee opties (auto huren is hier te duur) vliegen of met de nachtbus. Vliegen kan al voor 60 usd dus dat spreekt ons wel aan……..

Chili, San Pedro de Atacama

De tocht van N-Argentinië naar Chili is adembenemend mooi. Dwars door het Andes-gebergte met z'n hoogvlaktes. Van de in totaal 7,5 uur durende reis hebben we vijf uur door de hoogvlaktes gereden. Op 4200 meter hoogte is er natuurlijk nog sneeuw, zijn er bevroren meren en riviertjes en zoutvlaktes. De inmiddels geplaatste fotoserie zegt meer dan wij in woorden konden vatten.

San Pedro de Atacama in N-Chili ligt midden in de woestijn ver van alles en iedereen. Het dorp is gebouwd rondom een oase in de Atacama woestijn, inmiddels is toerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Het is heel erg toeristisch en het leven in dit dorp heeft zich daarop aangepast met leuke restaurantjes en heel veel Touroperators. San Pedro is een trekpleister omdat het een van de droogste plekken op aarde is met bijzondere ecosystemen. Het is voor ons de uitvalsbasis om enkele bijzondere natuurverschijnselen te gaan bekijken. Ondanks dat we niet van georganiseerde tours houden, kiezen we er twee uit, op eigen houtje is het hier moeilijk de omgeving te verkennen. Buiten de oase rest slechts honderden kilometers dorre woestijn, een grote grauwe grijze en stoffige massa. 

Op een middag zien we drie meren; Laguna Cejar ligt midden in de Atacama zoutvlakte met drie meren waarvan er in een gezwommen mag worden. Net als in de dodenzee is het zoutgehalte van dit meer zo hoog dat je vanzelf blijft drijven, Annemarie heeft dat natuurlijk ook uitgeprobeerd ;-) Laguna Tebinquinche, het is een meer met ‘n vaalblauwe gloed vanwege de organismen in het water waar ook flamingo's van leven, helaas zijn die nu in Bolivia of Argentinië vanwege de lage temperatuur hier. In de zomer staat dit meer trouwens droog en wordt het omringd door vulkanen waarvan er een 2 jaar geleden nog actief was, sommige kraters zijn meer dan 6000m hoog. Ojos del Salar (ogen van de woestijn) twee kleine wielen van 15 meter diep met zoutgehalte 80-20. Overigens is het hier 's-nachts rond het vriespunt en overdag ongeveer 20gr.

De dag daarna gaan we naar de Geisers, deze staan hoog op ons verlanglijstje; El Tatio of Los Géiseres del Tatio is een geiserveld in het Andesgebergte op 4200 meter hoogte, slechts 1,5 uur rijden vanaf ons hotel. ‘S-ochtends vroeg moeten we om half vijf voor het hotel klaar staan, het is dan nog 4gr. Helaas komt het busje ons als laatste ophalen, we hebben dan ruim een uur staan blauwbekken. Niet alleen de temperatuur was laag, maar ons humeur daalde ook fors :-( Gelukkig maakte het geiserveld veel goed. Als we aankomen bij de geisers is het -10gr. Uiteraard zijn wij goed voorbereid en hebben we mutsen en wanten gekocht. Het is een uitzonderlijke ervaring, zonsopgang bij 10gr onder nul omringd door 80 geisers. Daarmee is El Tatio het op twee na grootste geiserveld ter wereld. De geisers zijn erg in trek zoals op onze foto’s wel te zien is. We hebben ook lekker ontbeten bij de geisers; broodje ham/kaas met oplosbare Nescafé in de zwavelachtige lucht ;-) Opnieuw vallen wij weer op, Europeanen zijn ook hier zeldzaam en ‘Olanda’ bekt goed. Onze gids riep dus steeds als wij als laatste weer foto’s of filmpjes maakte “Olanda come”!

Reis naar Bolivia per bus is geen pretje, geen service aan boord en vanaf de grens (inmiddels donker) geen verharde weg. Er komt veel stof de bus binnen waar we best last van hebben. Overdag is het wel een mooie route door Chili, welliswaar nog steeds een dor, grauw en stoffig landschap, maar af en toe prachtige natuurverschijnselen zoals gekleurde bergen en bevroren meren. We zijn nu in Uyuni een stadje in Bolivia op 3670 meter hoogte. Annemarie heeft veel last van het stof, het waait hier verschrikkelijk en Wim heeft wat problemen met de hoogte en het stof. Daarover meer in het volgende verhaal……….

Stad en provincie Salta + provincie Jujuy

We laten ons met de taxi naar het centrum van Salta brengen waar we al een hotel geboekt hebben. Het hotel blijkt in hartje centrum te liggen en Salta heeft een heel mooi en prettig centrum. De stad heeft als bijnaam 'la Linda' of 'de schone' en wordt jaarlijks bezocht door vele tienduizenden toeristen, aangetrokken door de indrukwekkende koloniale gebouwen, zoals de 18e-eeuwse Cabildo, de kathedraal, en het Plaza 9 Julio, het stadspark (zie de avond foto’s) en meerdere musea. Na deze drie dagen huren we weer een auto, een Nissan dit keer en trekken de regio in.

We rijden 220 km naar het zuiden waar het tweede deel van deze weg ons door het droge, spectaculaire landschap van de Quebrada de Cafayate voert. Het ruige landschap van rijkgekleurde zandstenen rotsformaties werd hier in de loop der eeuwen uitgehouwen door de Rio de las Conchas. We worden zowaar emotioneel van deze prachtige omgeving, de moeite waard om steeds stops te maken en delen van de canyon zelf te verkennen. We zijn er in de late middag en de zon brengt dan de mooiste kleuren naar boven. We stoppen uiteraard bij de voornaamste bezienswaardigheden zijn de Garganta del Diablo (het duivelsgat) en het Anfiteatro; indrukwekkende rotsformaties. Overnachten doen we in Cafayate, een wijndorpje met economische voorspoed en toeristisch interessant vanwege de mooie omgeving.  

De volgende dag rijden we noordelijk van Cafayate naar het Parque Nacional Los Cardones. Het is een merkwaardig gebied, niet door de rotsen of canyons, maar vanweg de vele hoge cactussen die hier groeien. Er werden diverse fossielen en dinosaurussporen gevonden. Sjonge wat hebben we ons vergist in die rit, 500 km heen en terug over alleen maar onverharde wegen en op de terugweg slechts haarspeldbochten, waarbij de Franse Alpen appel-eitje zijn; dat was afzien voor onze Nissan.

Meer ten noorden van Salta ligt een bijzonder natuurgebied, de Quebrada de Purmamarca, ook Quebrada de Humahuaca genoemd. Het kost ons 7 uur rijden om daar te komen. We zijn net op tijd (of net te laat mag de kijker bepalen) om de belangrijkste bezienswaardigheid ‘de berg met de veertien kleuren’ (Cerro de los Catorce Colores) te bezichtigen. We hadden er niet op gerekend dat we nog een uur over een bijna onbegaanbaar slingerpad de berg op moesten; was weer afzien voor onze Nissan ;-). De berg met de Zeven Kleuren, de Cerro de los Siete Colores zien we een dag later. We overnachten in Tilcara een prachtig en leuk dorpje (dankjewel Marcha) waar ook archeologische vindplaatsen van Huachichocana te vinden zijn. Annemarie koopt er een ring met een Rodocrositasteen (It evokes love en compassion) en een sleutelhanger van Palo Santo hout, een bijzondere magische houtsoort uit het Andesgebied ;-)

De volgende dag leveren we onze auto weer in (na een hoognodige wasbeurt) en na opnieuw een overnachting in Salta vertrekken we ’s-ochtends om half zeven per bus naar het noordwestelijk gebied waar diverse zoutvlakten liggen, waaronder de Salinas Grandes op weg naar Chili en wel het dorp San Pedro de Atacama, maar hierover later meer…….

WildWest Paraguay deel 2

De volgende dag denken we een zandweg te weten die Paraguay horizontaal over kan steken, er is geen verharde weg. We rijden m.b.v. de TomTom dus vergissen is niet mogelijk en verdwalen zeker niet ;-) De zandweg wordt alsmaar slechter en smaller en de keuzes die we moeten maken op een enkele splitsing is lastig voor de TomTom. Uiteindelijk staan we zelfs voor een hek dat dicht, maar niet op slot is. Wij eigenwijs en verder door het hek. We rijden zo’n beetje op ‘n landweg door de wildernis. Ten lange leste moeten we toegeven dat we niet verder kunnen/durven en wordt het dus een dagje sightseeing. Het is wel een mooie ervaring geweest, we zien veel van het landschap en verschillende Estancia’s. We zien vooral bijzondere dieren die we nog nooit gezien hebben waaronder de reuzenmiereneter ‘Pilosa’ genaamd en zo groot als een kalf. We zien ook de Jabiroe (betekent gezwollen nek) reuzenooievaar met een dikke zwarte nek. De dieren vluchten uiteraard waardoor we maar moeilijk een foto kunnen maken, maar de Jabiroe hebben we in de vlucht te pakken. Na een dag stofhappen komen we uit bij het dorp/stadje Loma Plata, de buurgemeente (25 km) van Filedelfia, maar nog meer traditioneel Duits. We gaan uit eten in een typisch Paraguayans restaurant zo vertelt onze hospita. Het blijkt een restaurant met alleen maar blauwogige, blonde Duitssprekende gasten. We komen in gesprek met echtpaar Van Pelsen en horen dat de twee dorpen (Filedelfia en Loma Plata) een soort van Oost en West-Berlijn met elkaar vormen. Hij vertelt dat op de scholen overal Duits als 1e of 2e taal verplicht is, ze krijgen het lesmateriaal uit Duitsland al jarenlang gratis. In de coöperatie regelen ze meerdere zaken zoals bv gezondheidszorg, wegenonderhoud en ouderenzorg. Ze zijn heel erg christelijk en als ik vraag hoe dit gebied (Duitse enclave) in Paraguay er over veertig jaar uit zal zien reageert hij heel verrassend. De globalisering is niet te stoppen en onze kleinkinderen zullen meer met de latino's en indianen omgaan. Nu is dat nog niet mogelijk, de kinderen worden opgevoed in de traditie van trouwen binnen de eigen cultuur, maar het zal zeker gebeuren op termijn. Hij is kaasboer met slechts 36 hectare grond en nog eens 116 hectare via zijn schoonouders (voornamelijk soja).

Op zondag komen we aan in het plaatsje Yby Yau, grensplaats met Brazilië. Niks te doen op zondag natuurlijk, maar ‘s-avonds is iedereen op straat en het is er gezellig. Op ‘n terrasje waar de mannen voetbal kijken, spreken wij met Oma en Milena, Milena is 11 jaar en krijgt Engels op school. De woorden die ze kent spreekt ze mooi uit, maar ze durft niet zo goed hoewel ze wel dicht bij ons blijft hangen. Na vier biertjes, 4% hier, krijgen we ieder een stuk pizza aangeboden; het is een familiebedrijfje; een Hospedaje (herberg) en café. Ze vinden ons leuk en we moeten zeker morgen nog even naar de Cerro Memby (hoge kale berg) gaan kijken. Het blijkt inderdaad een wonderlijke rots in deze heuvelachtige omgeving. We eten nog een hamburger langs de straat en gaan naar onze kamer in een klein en keurig hotel. Onze auto ziet er niet uit, die heeft een jungletocht (rallyrijden) gemaakt en dat had de verhuurder waarschijnlijk niet voorzien ;-) Iedereen rijdt hier niet voor niks een een ongelofelijk grote SUV-Pick-up truck. Voor het inleveren van onze Kia Rio moeten we misschien nog iemand vinden die de auto kan wassen en wil stofzuigen ;-)                                                                 Maandagochtend na het bekijken van de Cerro Memby en een flinke wasbeurt voor onze auto (terwijl wij ontbijten) rijden we door het district San Pedro richting AirPort te Asuncion. Al dagen lang zien we rook en vuur door afgebrande bermen en delen van de prairie, ondanks verbodsborden en folders die uitgereikt worden bij de tolpoorten. Het gebied San Pedro is vlak en veel groener.  Wederom is dit een streek die sterk beïnvloed is door wederom Duitsers. Er is bijvoorbeeld ook een feuerwehr en de tuinen van de huizen zijn groen en strak gemaaid. Dit keer zijn het waarschijnlijk Duitse emigranten die hier naar toegekomen zijn om te boeren, het is economisch gezien een veel sterker gebied en tevens de graanschuur van Paraguay. Op afstand zien we enkele ongelofelijk grote Estanciae. Op het vliegveld besluiten we om een vliegtuigje te boeken naar Salta in Argentinië………wordt vervolgd……..

WildWest Paraguay deel 1

Waar een auto huren de vorige keer in Uruguay zo vlot verliep zo moeilijk gaat het nu in Paraguay. De communicatie liep niet zo lekker ondanks onze reservering via internet. Na een uur soebatten stappen we maar weer in een taxi ipv onze huurauto. Dan maar naar het vliegveld waar in principe vaak verhuur-bedrijfjes te vinden zijn. Eens kijken of we hier voor vandaag nog iets kunnen vinden. Weinig kans denken we, het is dan half twee, maar nog geen kwartier later stappen we in onze nieuwe leenauto (een Kia Rio) voor de komende vijf dagen. Automaat met airco en TomTom dus we zijn snel de stad uit en op de goede route. Vervolgens is het niet moeilijk, in Paraguay loopt de grote hoofdroute, een 'autoweg' van Asuncion (zuiden Paraguay) tot Santa Cruz (Bolivia). Deze hoofdroute (andere hoofdroute aan oostelijke zijde van Rio Paraguay) door dit land is maar een tweebaansweg waar je 60 mag, waar iedereen uiteraard 100 rijdt. Even buiten de stad stoppen we voor de lunch. Traditioneel een buffet, het ligt er al even, maar het smaakt ons nog prima. Ach, wij zijn allang niet meer zo heel kritisch ;-). Als we echt goed op de route zitten komen we weinig verkeer meer tegen. Af en toe een vrachtwagen en soms worden we ingehaald door een 4x4. Wat meteen opvalt zijn de kadavers van koeien langs de weg. De eerste 10 km tellen we er al vier. Dan komen we kilometers niets meer tegen. Wat nederzettingen, maar nergens een afslag of zijweg. En dat honderden kilometers lang. We stoppen bij zo'n nederzetting om wat te drinken. Elke nederzetting heeft wel een soort van cafeetje inclusief winkeltje, de ander verkoopt weer empanadas en zo hebben ze een eigen economie. We hebben erop gerekend dat we na 270 km een grotere plaats bereiken Pozo Colorado waar we kunnen overnachten, maar dit 'dorp' blijkt een nederzetting met dit verschil dat er twee grote benzinestations zijn omdat dit een splitsing is met zowaar een andere route. Na wat zoeken en vragen zijn er gelukkig ook twee 'hotels' te vinden. De een is vol (slechts vier kamers) maar de ander, wat meer achteraf heeft nog één kamer. We worden ontvangen door een 'seguridad', een beveiliger met een pistool en een knuppel die een lang verhaal houdt over dat we de volgende keer moeten bellen en reserveren en dat er nu nog gelukkig een kamer is. Niet dat we zijn verhaal verstaan, maar we zijn getraind in expressie en lichaamstaal. Na het inchecken kiezen we als diner voor een Paraguayaanse foodtruck die een sandwich del lomo voor ons maakt. Deze staat geparkeerd temidden van drie winkeltjes die tezamen het winkelcentrum vormen. Na een korte wandeling door de rest van de nederzetting kopen we een flesje wijn en wat chips om de avond door te komen kijkend naar de altijd aanwezige TV dit keer met een heftige vorm van kickboksen. Aan het eind van de avond stapt onze seguridad naar buiten niet voordat hij onder de toonbank een 'gun' tevoorschijn haalt. We zijn veilig vannacht ;-)

Op naar Chaco Central  het ‘Wilde Westen’ van Paraguay. We worden rond 05:00u al gewekt door het geluid van ronkende vrachtwagenmotoren en de muziek van Bonnie Tyler; ‘Total Eclipse of the Heart’. Na ‘n ontbijt uit de ‘supermarkt’ gaat het weer verder door het vlakke dorre landschap. De autoweg wordt langzaam slechter, “pas op daar zit ‘n gat in de weg” tot we uiteindelijk alleen maar aan het slalommen zijn tussen de gaten (meter doorsnee en 40 cm diep). Soms moeten we van de weg omdat het asfalt is weggespoeld of anderszins (zie foto’s en filmpje). Na 230 km slalommen komen we aan in Filadelfia. We zijn in het wilde westen beland waar paardenkoetsen door auto's vervangen zijn en trekpaarden door hele grote tractoren. We zijn te vroeg in dit kleine stadje, in de week van 13 t/m 20 augustus is het Rodeo Trebol, stieren berijden, lassowerpen etc. We hebben onderweg dan ook al verschillende Gauchos (cowboys) gezien, met en zonder kuddes. 

Een klein stadje (flink dorp) van 15.000 inwoners waar overal Duits gesproken wordt en ook alles in zowel Spaans als Duits wordt aangegeven. Het plaatsje werd gesticht rond 1920 toen grote groepen Mennonieten emigreerden vanuit Rusland en Canada. Ze konden hun inzichten van hun religie niet belijden in die landen zoals ze dat wilden. Behoefte aan autonomie bracht hen naar Paraguay, de regering verkocht grote gebieden land op relatief onbevolkte Chaco Boreal. Er zijn 5000 mennonieten in deze plaats en de grote kerk heeft plaats voor 1200 mensen. Mennonieten, in Nederland vaak doopsgezinden genoemd, vormen de oudste nog bestaande ‘doperse’ kerk. Ze zijn rond 1540 genoemd naar de priester Menno Simons uit het Friese Witmarsum. Hij was een katholiek priester die zich bekeerde tot het anabaptisme. De indianen hebben een betere relatie met de Mennonieten dan de latino's en andersom. Toen hun voorouders hier in de jaren 20/30 kwamen leefden hier alleen nog de indianen en daar hebben ze onmiddellijk mee moeten dealen. De relatie met de Indianen stamt uit die tijd en is nog sterk verbeterd. Veel indianen leven van en met de blanken Europeanen, de Mennonieten. Er valt verder niets te beleven in dit dorp, het is er alleen maar stoffig met een stevige wind; behoorlijk irritant. Gelukkig heeft ons hotel een zwembad waar we ‘s-middags graag gebruik van maken.

Eerste kennismaking met Paraguay

Vanuit het Pont lopen we de kade op……Paraguay in. We zien trotse eenvoud (armoede) in mooie huisjes met echte Dorische of Ionische zuilen (Renee)? We moeten ons opnieuw melden bij de douane, maar dit is een aardig meneer in een soort schaftkeet. 

Ook hier veel 125 cc brommers/motoren, maar berijders zonder helm. De munteenheid blijkt een verschrikking; 10.000 guarani is 1,50 euro.Het doet ons aan Azië denken. Wel heel veel vriendelijkheid bij het biertje en de crackers, we hebben slechts Argentijnse peso’s, maar dat wordt geaccepteerd. We krijgen geld terug in de Peruaanse munt Guarani. In de afgelegen straat vragen we naar de opstapplaats voor de locale bus naar de omnibus (nationaal vervoer). De man zegt “bij mij achter in de auto, ik moet toch die kant uit” en brengt ons met zijn auto naar centrum. Hij blijkt goed Frans te spreken wat voor ons (Annemarie) wel weer een voordeel is. We belanden bij een garage-restaurant (we wanen ons weer in Azië) en eten als lunch rijst met vlees, het bier komt van de buren (garage-cafe) want dat hebben ze niet in dit restaurant. Lunch kost ons hier 20.000 guarani dat is 3 euro. Welkom in Paraguay!!! We wandelen door dit plaatsje ‘presidente El Franco’ en besluiten om een nachtje te blijven vanwege het authentieke karakter. We genieten van de huisjes en situaties en maken overal foto’s. We hebben even niet gerekend met de gesloten gemeenschap, maar dat horen we snel van Victor. Victor leren we kennen door zijn motor (Chinese Harley) van 200 PK. Als we zijn motor bewonderen komt hij naar buiten en raken we in gesprek. Victor runt een (garage) visrestaurant en gaat om 18.00 uur dicht. Hij heeft op dat moment geen klandizie dus hij gooit de tent dicht en gaat met ons naar de watervallen. Er blijken hier ook flinke watervallen te zijn en hij wil dit zeker met ons delen. Hij vraagt ons of wij degenen zijn die in het dorp overal foto's maken, iedereen kent iedereen dus dat gaat snel rond. Het zijn inderdaad mooie watervallen, maar als je net uit Iguazu komt…….. We vinden een hotel met terras en prachtig uitzicht over benzinestation waar mannen met een ouderwetse guns kijken of iedereen afrekent? Hotel is helaas niet zo sjiek (zie foto's), maar ook niet zo duur, slecht 8 euro per nacht voor twee personen; dit is echt een heel ander land!!!! Trottoirs zijn onderdeel van iemands huis, geen gebouw geen trottoir dus zand of puin. Scholieren; zowel meisjes als jongens lopen hier in kostuums, bevoorrechte jongeren uiteraard.

De volgende dag in de oude gammele bus naar Terminal Omnibus krijgen we verkopers aan boord met appels, sokken en kauwgom; we wanen ons weer echt in Azië!! Als we laat aankomen in Asuncion en het hotel moeten vinden waar ook de taxichauffeur moeite mee heeft, hebben we vanaf het ontbijt nog niet gegeten. Empanadas bieden uitkomst op de hoek, soort café, hoekje in de tuin ;-) Het is de plek waar dit verhaal een dag later geschreven wordt. De vrouw des huizes verkoopt ook nog aan de straat omdat het ‘n in- en uitstap plaats is voor de bussen. Op de bakplaat bereidt ze versgebakken burgers met een gebakken ei ;-) zie foto’s.

De volgende ochtend wanneer we duidelijkheid hebben over een te huren auto, stappen we in de taxi en laten ons afzetten bij de Catedral in het centrum, van daaruit willen we Asuncion gaan verkennen. Ons concentrerend op de mooie koloniale Catedral hebben we nog niet zo in de gaten wat er zich daarvoor op het plein afspeelt. Pas nadat we vanuit de Catedral naar buiten stappen na een bliksembezoek want er was een kerkdienst gaande, valt ons op dat achter wat rijen auto’s het plein wordt bevolkt door, wat wij denken, zwervers die een sloppenwijk hebben opgebouwd uit stukken zeil. We lopen er tussendoor, hier en daar worden vuurtjes gestookt en eten bereid. Mensen zitten kalm en rustig bij elkaar, het is in schril contrast met de gebouwen eromheen. Op de hoeken staan wat politieagenten, aan de westkant van het plein is dan ook het gebouw van de Policia Nacional. We dwalen wat door het tentenkamp en komen uit aan de oostkant bij het Cultureel Centrum. Hier hebben we gratis toegang: we bekijken het gebouw en een tentoonstelling uit de Koloniale tijd. Vanuit het gebouw kijken we op nog een sloppenwijk (een echte sloppenwijk), bijna direct aan de Catedral. Deze bestaat uit stenen huisjes met plaatmateriaal zoals we gezien hebben in de Favela in Rio. We zijn allebei stil en onder de indruk van de verschillen. Weer buiten stappen we onmiddellijk het tentenkamp weer op. Al lopende naar de Noordkant valt ons op dat er daar een enorme politiemacht op de been is. Maar de sfeer is niet grimmig. De cavalerie heeft zijn paarden geparkeerd in de schaduw en zit zelf ook in de schaduw te pauzeren lijkt het. We wandelen er langs, zeggen netjes ola en kunnen overal tussendoor, worden niet weggestuurd. We proberen informatie in te winnen, maar ze spreken geen Engels. Er lijkt iets te gaan gebeuren, waarom zijn er anders zoveel agenten op de been? Terwijl we weer naar de westkant lopen, waar een robuuste ME bus staat, nog meer agenten zijn en er eentje zelfs zijn schoenen laat poetsendoor jonge kinderen treffen we twee televisieploegen. De eerste probeert uit te leggen wat er aan de hand is, maar wederom kunnen ze geen Engels en onze kennis van de Spaanse taal is nog steeds beroerd ondanks DuoLingo ;-). Ze hebben het over een manifestation en confrontation, maar we kunnen het niet plaatsen. Denken dat er zo direct een confrontatie gaat plaatsvinden tussen de mensen uit het tentenkamp en de politie. 

De tweede TV-ploeg heeft een jonge vrouwelijke reporter die goed Engels spreekt en het leuk vindt ons uit te leggen wat er hier speelt. Het tentenkamp is geen sloppenwijk, zoals we aanvankelijk dachten, maar dit zijn boeren van het platteland die drie weken geleden uit protest dit tentenkamp hebben opgebouwd. Al voor het tweede jaar is de oogst mislukt door droogte en ze kampen met enorme schulden. Ook voorgaand jaar hebben ze de regering gevraagd om hulp, maar zonder succes. Nu komen ze weer in protest en eisen een tegemoetkoming van de overheid. Ze vertelt dat elke avond de boeren het centrum intrekken om te demonstreren en dan is de sfeer grimmig en onrustig. We zien ook her en der uitgebrande auto’s. Ze raadt ons aan vanavond niet ‘Down town’ te begeven. Onze Posada is aan de rand van het centrum dus we hebben hier gisteren ook niks van gemerkt. Sowieso waren we vanavond van plan in de buurt van ons hotel te gaan eten. Goed idee dus. We danken haar voor haar uitleg waar ze echt uitgebreid de tijd voor nam, lopen dan nog een keer door het tentenkamp met een totaal andere visie. We zijn weer onder de indruk. Dan trekken we verder het centrum in, het is nog vroeg. We zien nog mooie delen van koloniale gebouwen, maar ook totaal vervallen gebouwen soms zelfs in de steigers. Zouden ze de mooie buitengevels handhaven vragen wij ons af.

Asunción is een van de oudste steden in Zuid-Amerika. De hoofdstad van Paraguay werd in 1537 gesticht door de Spanjaard Juan de Salazar de Espinosa. Asunción vormde het koloniale centrum en al gauw kreeg Asunción de bijnaam 'Madre de Cuidades', oftewel moeder der steden. Asunción ligt aan de Paraguay rivier vlakbij de grens met Argentinië in het zuidoosten van Paraquay. In 1811 werd de onafhankelijkheid van Paraguay een feit. Carlos Antonio Lopez werd president en liet een nieuw economisch beleid uitvoeren. Er werden wegen aangelegd en meer dan vierhonderd scholen gesticht. Asuncion had de eerste spoorwegdienst van Zuid-Amerika. Zijn zoon Francisco leidde het land de rampzalige oorlog van de drievoudige Alliantie in de vijf jaar duurde. Vele historici beweren dat dit de neergang van de stad en het land heeft veroorzaakt, waarvan die nooit hersteld zijn. Paraguay is niet zo bekend als de rest van de landen in Zuid-Amerika. Je komt er weinig toeristen tegen, overal word je omringt door Paraguayanen zelf. De meeste Nederlanders zullen Paraguay vooral kennen door crimineel Frans Meijer, een van de ontvoerders van Freddy Heineken. Tegenwoordig is de crimineel vrij en woont hij weer in Paraguay. Morgen gaan we het binnenland van Paraguay bezoeken per auto........