Annemarie en Wim in América Latina

Van Luang Prabang naar Muang Sing (Noord-Laos)

We zijn in Luang Prabang, de oude koninklijke hoofdstad (600 meter hoogte) waar de Mekong en de Khan samenstromen. Het is een ongewoon fijne stad om te verblijven. Een vredige stad met traditionele huizen in Lao-stijl met hier en daar nog wat koloniale invloeden. De stad is in haar geheel op de werelderfgoedlijst gezet en is alleen daardoor al een toeristische bestemming. Wanneer je de hoofdstraat (Thanon Phothisalat) mijd en vooral de boulevard aan de Mekong als verblijfsplaats kiest, is het een fantastische stad. We hebben voornamelijk gewandeld en genoten van de sfeer van deze geweldige autentieke stad die in alle opzichten de hoofdstad van Laos zou moeten en kunnen zijn. Het oude koningspaleis, nu museum, is niet heel verrassend, maar wel mooi en bijzonder.

Omdat we een lange boottocht gaan maken kopen we in een 'tweedehands' boekhandel een paar (Nederlandstalige) boeken. Frapant om te zien hoe ruilen van boeken tussen backpackers in Lao kan worden omgezet in handel met een extra vleugje Aziatiatiek (is dit een echt woord?). Tijdens het uitzoeken van de twee boeken hebben we heerlijke Lao-koffie gedronken, wij houden van sterke koffie, dus dan is Lao-koffie bijzonder lekker.  Na drie dagen, met weemoed in het hart, nemen we afscheid van Luang Prabang en varen met een slowboat over de Mekong naar Pakbeng. De reis duurt tien uur en is zeer indrukwekkend. De Mekong is in dit gebied en in deze periode een rivier met vele, boven het watervlak uitstekende, rotspartijen met spannende stroomversnellingen. Afhankelijk van de waterstand wordt bepaald of de boot kan varen. We zien hoge rotsen langs de oevers, maar ook kleine dorpjes met vissersbootjes. Wassende monikken en op het strand spelende kinderen. Nomaden die hun tenten hebben opgezet aan de oever van de Mekong en de Lao die zich in de rivier wassen. Op de boot gaat het precies zoals met de bus; bij elke mogelijke stop wordt aangelegd t.b.v. passagiers en/of vracht.  

Bij donker komen we in Pakbeng, een dorpje gebouwd op een rots en vooral doorvoerhaven voor andere bestemmingen. Wij blijven een extra dag in Pakbeng om het dorpje met omgeving te verkennen en wederom toeristen te ontvluchten. Dat laatste lukt overigens niet echt, zeker niet als we Laura, een jonge vrouw uit Zwitserland tegenkomen. Als zij ons bij 'the  information' aanspreekt is het al duidelijk, hier komen wij niet zomaar vanaf! Een bijzonder detail van Pakbeng is wel dat het electra er om 22.30 uit gaat en pas weer om 18.00 uur aan. In de avond is dat nog wel charmant en kunnen we daar goed mee leven, maar in de ochtend hebben we echt een probleem. Onze badkamer (groot woord) heeft namelijk geen daglicht. Als Wim om electra gaat vragen is dat niet mogelijk, maar even later werd op de deur geklopt en krijgen we een bordje met daarop een kaars met aansteker.

Later op de dag lopen we het dorp hele dorp door. Guesthouses en restaurants zijn alleen bij de haven en dus is het dorp verderop een traditioneel dorp met heel veel leuke bijzonderheden. Strandjes waar de kinderen heerlijk kunnen vertoeven, prachtige rotspartijen en mooie zijriviertjes. We worden in het benedendorp (voornamelijk bamboehuisjes) vriendelijk bejegend. Een oude vrouw die bezig is met het maken van onderdelen voor bamboebladeren daken, wenkt ons om te komen kijken en ervaren hoe ze dat doet. Verderop werkt een aantal mannen aan een houten constructie voor een huis. Wim wil ook wel eens proberen om een vijfduimer (grote draadnagel) in een hardhouten balk te slaan. Als het hem lukt wordt hij verrast met een geweldig applaus door het halve dorp dat inmiddels is uitgelopen om die 'falang' (vreemdeling) te zien werken. Laat in de middag zitten we op een terras bij de haven. We vinden daar opnieuw een Nederlandstalig boek (De Vliegeraar van Khaled Hosseini) en ruilen deze voor één van de boeken die we al uitgelezen hebben.

De volgende morgen reizen we door naar Houay Xai, de meest Westelijke stad van Laos en bekend als belangrijke doorvoerhaven binnen de beruchte Gouden Driehoek; Thailand (Siam), Myanmar (Birma) en Laos, samen goed voor het grootste deel van de (illegale) opiumteelt en de wereldwijde handel daarvan. Laos was zo'n tien jaar geleden na Myanmar de grootste opiumproducent ter wereld. Al sinds mensenheugenis wordt er in Laos opium verbouwd en dat concentreert zich in het Noord-Westen van het land, met als doorvoerhaven Houay Xai. De stof wordt uit papaver gewonnen. Het sap dat uit de bol loopt droogt op tot een kleverige bruine stof die men in bolletjes verkoopt. Vaak wordt opium in een pijp gerookt. Wij hebben verschillende pijpen bestudeerd op de markt, maar niet uitgeprobeerd. Van de opiumteelt kunnen we weinig ondekken en dat is niet zo vreemd omdat de plantjes in oktober geplant worden en in januari/februari geoogst. Opium verbouwen is aantrekkelijk omdat de plant weinig aandacht nodig heeft en op arme grond prima gedijt. Hele bergstammen zijn van de papaverteelt (opium) afhankelijk, het is vaak hun enige bron van inkomsten.

Ook hier blijven we de Zwitserse Laura tegenkomen. Tijdens de bootreis hield ze zich nog rustig, maar als ze voorstelt om samen door te reizen blijkt de omgekeerde charme van Wim dodelijk genoeg (het sjouwen van vier van haar zesentwintig tassen staat hem nog vers in zijn geheugen) en kiest de Zwitserse voor een extra dagje rust. Als we even later plannen maken voor de doorreis, uiteraard onder het genot van een Beerlao, kriebelt er wat onder het shirt van Wim. Na inspectie van Annemarie blijkt het een kleine Gecko van zo'n drie centimeter lengte. De beestjes doen geen kwaad, maar het is toch even een gekke gewaarwording.

Wij vertrekken naar het uiterste Noord-Westen om te ontdekken of er nog sprake is van openlijke handel in opium. Onze bestemming Muang Sing zou vroeger tot één van de belangrijkste en grootste opiumcentra behoren. De reis naar dit dorp gaat dwars door dichtbebost gebied en is fenomenaal. Als we het dal inrijden zien we in de verte de Chinese bergen opdoemen. Muang Sing, twaalf kilometer van de Chinese grens in een rivierdal op 1200 meter hoogte, omringd door prachtige bergen. Het dorp is een belangrijk handelscentrum voor de bergbewoners maar lijkt verder onbeduidend. Van handel in Opium is niets meer te ontdekken. Rondom Muang Sing zijn vele kleine bergdorpjes waarvan velen bewoond door de 'Hmong' en 'Akha' (etnische bergvolkeren). Vijftig procent van de inwoners van deze regio behoort tot de Akha-gemeenschappen.

We besluiten om een 'trekking' te ondernemen met een echte berggids. Een looptocht door de jungle langs een vijftal bergdorpen en in één van de dorpen zullen we overnachten. We weten dan nog niet hoe zwaar het gaat worden, dus lees het volgende verhaal.........................

Reacties

Reacties

Evert van Dijk

Beste Wim en Annemarie,

Met grote belangstelling lees ik jullie prachtige reisverhalen. Jullie slagen erin om een heel goed beeld te bieden over hoe het leven daar zoal toegaatn en vooral: hoe jullie je daar onder voelen. Ik kan de tempo-wisseling van Europees naar Aziatisch ritme bijna voelen... Ga zo door en blijf genieten mensen!

Marten

Ik genoot weer van jullie beeldrijke verhalen. Mooi te horen hoe je opgaat in die samenlevingen en toch jezelf blijft (de draadnagel!). Ook zie ik dat jullie gemakkelijk contact maken en geaccepteerd worden daar. Dat doe je erg goed. Dit alles kan natuurlijk wel een probleem opleveren als je na al die tijd terugkeert. Pas je nog wel in de Nederlandse samenleving? Kun je de luxe van je appartement nog wel aan? Nou zijn er gelukkig goede inburgeringscursussen en ik wil je wel helpen bij je huiswerk.
Ik blijf jullie volgen op je tocht. Nog ruim een maand voor nieuwe belevenissen!
Hartelijke groeten,
Marten

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!