Annemarie en Wim nu naar Zuid-Amerika

Colombia

Colombia kan grosso modo opgedeeld worden in 4 gebieden: het Caribische deel met prachtige witte zandstranden in het noorden, het Pacifische deel in het westen. In het midden wordt het land doorkruisd door de Andes. Het oosten kenmerkt zich door savannes (de Llano's) en het zuidwesten is dichtbegroeid Amazonewoud. In het zuidwesten strekt ook het onherbergzame Andesgebergte zich uit. Rivieren slingeren kriskras door het land en zorgen voor vruchtbare gebieden. De fauna en flora van Colombia is spectaculair. Er is veel wildlife, soms zie je ze plots verschijnen: apen, tapirs, slangen en tal van vogels. Wij zien het Amazonegebied, een groot deel van de savannes in het oosten en we schrijven dit vanuit het Caribisch gebied in het noorden.

Tot 1880 was Colombia een kolonie van Spanje en een belangrijke bron van goud. In dat jaar verklaarde Colombia zich onafhankelijk. Pas in 1819 was er sprake van echte onafhankelijkheid onder leiding van Simon Bolivar, hij was ook de eerste president van Colombia. Colombia bestond toen nog uit het huidige Colombia en Ecuador, Venezuela en Panama. In 1830 werd Bolivar afgezet wat leidde tot het uiteenvallen van de Republiek. Ecuador en Venezuela ontstonden als onafhankelijke staten, Panama bleef nog onderdeel van Colombia tot 1903. 

Colombia heeft vanaf de jaren tachtig een slecht imago opgebouwd door de guerrilla-oorlog met o.a. FARC en de drugskartels. Anno 2017 is de veiligheid in Colombia sterk verbeterd. Maar zware criminaliteit en terrorisme komen nog steeds veel voor volgens de Nederlandse Rijksoverheid. Hoewel de guerrillabeweging FARC is gedemobiliseerd, is er nog steeds een gewapend conflict gaande met guerrillabeweging ELN. Ook zijn nog steeds verschillende gewapende groepen actief: Bandas Criminales (BACRIM). Deze groepen houden zich onder meer bezig met drugshandel, ontvoeringen, afpersing en smokkel. We hebben onze route zorgvuldig gepland, maar moeten wel door risicogebieden. Wees gerust, als jullie dit lezen zijn wij op weg naar Mexico.

Vanuit het plaatsje Leticia, Amazonas (drielandenpunt: Brazilie-Peru-Colombia), vliegen we via Bogota naar Medellin in centraal Colombia.

De stad is altijd een bruisend centrum voor cultuur, politiek en geweld geweest. Het geweld had vooral te maken met de drugskartel van Pablo Escobar die aan de macht was in Medellin. Tegenwoordig treed de regering streng op tegen drugshandel en corruptie waardoor Medellin een populaire en veilige bestemming voor toeristen aan het worden is. De machtige drugsbaron Pablo Escobar runde vanuit Medellin zijn drugskartel met ijzeren vuist, maar begon zich ook te bemoeien met de politiek en de opbouw van Colombia. Tegenwoordig kan je de nalatenschap van Pablo Escobar overal in de stad terugvinden er staan namelijk nog steeds spierwitte kantoren en villa’s die terug doen denken aan een bloedige tijd. Tegenwoordig kan je via verschillende touroperators een leuke trip door de stad maken langs belangrijke locaties die ooit in het bezit waren van Pablo Escobar. Bij deze toer eindig je bij zijn graf op de begraafplaats van Medellin waar mensen tot op de dag van vandaag nog steeds cocaïne komen opsnuiven als eerbetoon.                                                            In 2013 werd Medellin door de internationale organisatie Urban Land Institute uitgeroepen tot meest innovatieve stad in de wereld. Deze Award kregen ze doordat ze na de val van de meeste drugskartels in 2006 een flinke stap vooruit hadden gemaakt op het gebied van politiek, cultuur, educatie en sociale ontwikkeling. Dit zie je overal terug in de stad want Medellin is een echte metropool en tevens de culturele hoofdstad van Colombia aan het worden.

We huren in Medellin een Chevrolet Spark om die 7 dagen later in Cartagena weer in te leveren. We negeren daarmee het reisadvies van de Rijksoverheid om georganiseerd te reizen en stippelen een route uit van Medellin naar Cartagena in het Noorden.  Onze eerste bestemming is Guatapé in het centrale zuiden van Colombia bij een uitgebreid merengebied. Het gebied wordt steeds toeristischer, met tal van nieuwe resorts en vakantiehuizen rond het meer. Voornaamste bezienswaardigheid is de steil oprijzende berg "Peñol Rock" (La Piedra del Peñol); een 200 meter hoge rotsformatie langs de rand van het meer. Aan een kant van de rots kan je met een 649 treden tellende trap naar boven en dat hebben we dus ook gedaan. Een schitterend vergezicht over de omgeving, helaas tijdens bewolkt weer.

De volgende dag is overgang naar regio Boyaca vooral bergachtig, maar geweldig mooi met prachtige watervallen, diepe dalen en overweldigende huizen/gebouwen. We overnachten in Puerto Boyacá, een dorp waar nooit of maar weinig toeristen komen. We krijgen er biertjes aangeboden met de toelichting dat men het geweldig vind dat westerlingen hier met z’n tweetjes gewoon dit dorp aandoet. Voor alle duidelijkheid; we reizen hier door ‘risicogebied’ volgens de Nederlands Rijksoverheid.

Later komen we in de regio Satander en Cesar. Heuvelachtig, wetland en soms vlak met veel vee en mooie grote haciënda’s. Tevens een olierijk-gebied, we zien veel Ja-knikkers. We logeren in het nietszeggende dorp San Alberto, vooral veel herrie en extreem veel zwaar verkeer door dit dorp. De derde dag is niet veel anders, veel verkeer over de snelweg (vaak vierbaans of in aanleg) en vooral weilanden met vee. Onze derde overnachting is in Bosconia nog net in het risicogebied Cesar. We nemen onze veiligheid serieus en op advies van de hotelmanager laten we ons ‘s-avonds met fietstaxi vervoeren van en naar het hotel ;-) Op woensdag 13 september rijden we door regio Magdalena. We zien een Steenkoolmijn, veel palmboomgaarden en een palmolie-fabriek. Over een hele drukke tweebaansweg komen we in het gebied Atlantico met Tayrona als doel, noordkust in het Caribisch gebied.

We logeren drie dagen in Playa Bonita, een prachtige Ecolodge aan de kust met tien bamboehuisjes, restaurant en de Bonita-bar aan het strand. Zon-zee-strand dus flink verbrand, maar wel ongelofelijk genoten. Het Tayrona National park bij de Caribische Zee ligt nabij Santa Marta en Rodadero. Het staat bekend als de mooiste kustlijn van Latijns Amerika, met prachtige witte zandstranden. De nabijgelegen bergen van de Sierra Nevada de Santa Marta National Park eindigen direct in de zee. Het Tayrona park is het leefgebied van brulapen, iguana’s, jaguars en spechten. Tijdens een paar korte wandelingen door het park zien we de overweldigende natuur, pelikanen, krabben en (voelen) vooral mosquito’s ;-)

Inmiddels zijn we in Cartagena, vernoemd naar het Spaanse Cartagena en wordt daarom ook wel Cartagena de Indias genoemd Deze stad ligt aan de Caribische kust en lijkt haast een openluchtmuseum. Het historische centrum is een lust voor het oog; het staat niet voor niets op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De havenstad werd in de achttiende en negentiende eeuw de toegangspoort tot Zuid-Amerika voor de Spanjaarden en is erg interessant vanwege haar geschiedenis en cultuur.

Het historische hart van de stad word omringd door een kilometerslange stadsmuur, het doet ons sterk denken aan Avignon in zuid-Frankrijk en Luca in Italië. Deze stadsmuur kun je op verschillende plekken beklimmen om te belopen. Vanaf de westelijke zijde van de muur heb je ’s avonds bovendien een prachtig uitzicht over de zee en zonsondergang. Café del Mar is een populaire plek om onder het genot van een cocktail de zon te zien ondergaan. ’s Avonds verzamelen de straatverkopers zich langs de stadsmuur en op Plaza de los Coches, beetje te opdringerig zijn ze wel vinden wij.

Buiten het historische hart van Cartagena ligt Castillo San Felipe de Barajas. Dit fort ligt op de San Lázaro heuvel, vanwaar de mensen vroeger zowel de zee als het land in de gaten konden houden. Hoewel dit niet het eerste fort is dat we zien in ons leven is het zeker een indrukwekkend bouwwerk. De ondergrondse tunnels lopen als een doolhof onder het fort door, vergelijkbaar met de Kazematten in Luxemburg.

Bij de wandeling over de stadsmuur zien we de prachtige skyline van het zuidelijke schiereiland Bocagrande opdoemen. De skyline vanuit de zee gezien met moderne wolkenkrabbers en daarom ook wel klein-Miami genoemd, als je de foto’s ziet snap je wel waarom. Dinsdag 19 september vliegen we naar La Paz op het schiereiland ‘Baja Californië’ in Mexico, we verlaten America del Sur en gaan naar midden-Amerika. 

Peru deel drie: Treehouse Lodge Amazone

We zijn vanuit Cusco via Lima naar Iquitos gevlogen; van het frisse hooggebergte naar de tropische warmte van het Amazone gebied. Na het landen meteen trui uit want het verschil is enorm.

Iquitos is een eiland in het Amazonegebied en volledig verschillend van Peru zoals wij dat tot nu kennen, het is bijna Azië inclusief de vele mototaxis (flintstone Tuc Tuc’s) Hier in Iquitos leeft men echt op straat, van vroeg in de ochtend tot heel laat in de avond. Voor toeristen zijn er vooral barretjes & restaurants. 20% van de toeristen (hippie-achtig) komen naar Iquitos voor de drug ‘Ayahuasca’ ‘n medicinale plant uit het Amazone-gebied. Overeenkomst met Azië zijn ook de ouwe Amerikanen/Australiërs die met een veel jongere vrouw hier een nieuw leven gestart zijn. Het is een levendige leuke stad op n eiland van 10 km doorsnee en slechts te bereiken met boot of vliegtuig.

We zijn naar Iquitos gekomen omdat het midden in het Amazonegebied ligt; we hebben gekozen voor een verblijf van vier dagen in The Treehouse Lodge op 91 km (drie uur) afstand van Iquitos. Er bestaat hier geen zomer- of wintertijd zo dicht op de evenaar, alleen regentijd van dec/april en het droge seizoen mei/nov. Een Treehouse Lodge is op dit moment eigenlijk overdreven omdat het waterpeil nu tussen de 6 en 8 meter lager is dan in het regenseizoen. Onze Boomhut (Treehouse) is dus zo’n 15 meter boven de grond, in regentijd staat alles uiteraard onder water.

We reizen zo’n 2 uur per auto naar Nauta, een nederzetting aan de Marañon-river en daarna drie kwartier per speedboot naar The Treehouselodge aan de Ucayali-rivier, een zijrivier van de Amazone. The Treehouse Lodge is een Ecolodge vanwege: zonnepanelen - water oppompen om te douchen, inzet locals, eieren van schildpadden verzamelen en uitbroeden en grondverbetering met wormen.

The Treehouse Lodge is in haar schoonheid nauwelijks te beschrijven; het hoofdgebouw met restaurant is met tien Treehouses verbonden dmv looppaden op 8 meter hoogte of kabelbruggen op veel grotere hoogte. Alles is uiteraard van hout en de daken zijn gemaakt van gedroogde palmbladeren. De boomhutten zijn volledig open, maar wel volledig afgedicht met horgaas. Binnenin de hut lig je ook nog eens in een clamboo. De hut is voorzien van douche, wc en water uit een grote ton boven in de hut, warm water van de zon natuurlijk ;-)

God wat hebben we hiervan genoten, wat een belevenis. Slapen als een os boven in de bomen, maar wel regelmatig wakker worden van geluiden om je heen, apen die rondscharrelen, vreemde geluiden en kaaimannen die onder in de rivier actief zijn, onze boomhut stond aan de rivier. We hebben een Walkie Talkie voor noodgevallen (de afstand tot het hoofdgebouw is erg groot) of om een drankje te bestellen; de ober komt dan 250 meter gelopen en 56 treden omhoog gelopen, hebben we uiteraard niet gedaan ;-)

Elke dag werden we door onze gids Guido en onze bootsman Hebe meegenomen de jungle in of het water op. Zo hebben we oa een bezoek gebracht aan lokale dorpen in het gebied en gevist op catfish en piranha's (vangst ook echt gegeten tijdens diner). We hebben de rubberboom zien bloeden, noten van palmbomen opengehakt waar wormen in groeien, Ubos Rood als Amazon Viagrammiddel meegekregen, water gedronken uit CatsKlauw, boomsap gedronken tegen de buikpijn en om ons afweersysteem te versterken. Guido is een jungle-jongen uit de hoog-Amazone en Hebe is een jongen uit het dorp in de omgeving van de lodge, samen weten ze erg veel te vertellen. ‘S-avonds gaan we jagen op kleine kaaimannen, slechts om ons te laten zien; Freek Vonk is er niets bij. Apensoorten die we gezien hebben; Pygmiy Mamoset, Woolly Monkey, Squirrel Monkey (Pippi Langkous), Howler Monkey en Monk Saki.

De derde dag gaan we dolfijnen spotten op de Amazone; we zien ze veel, maar fotograferen of filmen is een ander verhaal ;-) We zien de Pink Dolfin Bufen en de Grey dolfin. De Amazone verandert voortdurend van plaats en stroomgebied door invloed van omstandigheden als waterstand, global warming, instorting van rivierbedding etc. De vele vogelsoorten die we gezien hebben o.a. Macaw (papagaai), Black Collared Hawk, the Woodpecker en the Kingbird and kingfisher.

Al met al een ongelofelijke belevenis, we hadden hier nog wel twee maanden kunnen doorbrengen ;-), maar er zijn nog meer avonturen te beleven. We zakken dinsdag verder af langs de Amazone, dus nog dieper het Amazonegebied in. In Santa Rosa gaan we waarschijnlijk de grens over naar Leticia in Colombia……..

Peru deel 2: Cusco en Machupicchu

Machu Picchu is een oude Inca nederzetting in de buurt van de stad Cusco in Peru. Volgens de gegevens in het Inca-museum te Cusco is Machupicchu gebouwd als Royal Haciënda. Volgens de Inca legende heeft de zonnegod Inti, Wiraqocha de vertegenwoordiger van de Inti, de opdracht gegeven om 2 personen op pad te sturen om zo een goede plaats te vinden waar de Inca's zouden kunnen gaan leven. Wiracocha vond 2 personen Mama Ocllo en de eerste Inca koning Manco Capac. Na hun zoektocht die begonnen was aan de oevers van het Titikaka meer vonden zij Cusco, of zoals de Inca's zeiden Qosqo. Vanaf hier werd het Inca rijk opgebouwd. Omdat de Spanjaarden bij de verovering van Zuid-Amerika Machupicchu niet hebben gevonden, is deze Incastad gespaard gebleven en is er nog veel van de Inca-beschaving te vinden.

Machu Picchu ligt op een afgelegen plek hoog in de bergen waardoor de oude Inca`s een paar dagen over een steil pad moesten lopen om er te komen, nu bekend als de Inca-trail die je maanden van tevoren moet reserveren ;-) Inmiddels is er een rechtstreekse klim van 350 meter (anderhalf tot twee uur) door het tropisch regenwoud die ook te voet kan worden gemaakt, wij hebben dat twee dagen achtereen gedaan en gelogeerd aan de voet van de berg in Aguas Calientes. Machu Picchu bestaat uit een plein, een woongedeelte, een kazerne en tempels, onder andere voor de zonne- en de maangodin. De stad die in een bergwand is uitgehakt beslaat een gebied van ongeveer 13 vierkante kilometer. De nederzetting, waarvan het lijkt of het op een richel hangt, kijkt uit over de Uramba-kloof en werd in de 15e eeuw gebouwd door de Inca vorst Pachacuti, niet alleen voor koninklijke, maar ook voor religieuze Inca doeleinden. Er zijn relatief veel verblijven voor edelen en maar een paar woningen voor de bedienden. In totaal was er plaats voor zo´n 750 personen.

De Inca’s zijn een indianenvolk uit Zuid-Amerika waarvan het hoogtepunt van de beschaving slechts 92 jaar duurde (1438-1530). Het zogenaamde pre-Inca tijdperk ging hieraan vooraf door de vele kleinere en verspreide volkeren in diezelfde omgeving. Hun leefgebied strekte zich uit van Ecuador, Bolivia, Peru, Argentinië en Brazilië. Het Incarijk betrof dus een heel groot en moeilijk toegankelijk gebied. Toen de Spanjaarden het Incarijk veroverden rond 1530 werd de tocht naar Machupicchu niet meer gemaakt en kwam deze Incastad in verval en werd kort daarna verlaten.

Onlangs werd vastgesteld dat in 1866 de Duitse goudzoeker en houthandelaar Augusto Berns de bergstad vond en plunderde, met toestemming van de Peruaanse regering. Berns verkocht de historische schatten aan Europese musea. In 1911 verrichtte de historicus Hiram Bingham een studie naar de Inca-paden in de omgeving van Cusco. Tijdens deze studiereis ontdekte hij Machu Picchu opnieuw. Brede bekendheid kreeg de stad in 1913 toen National Geographic een compleet nummer wijdde aan Machu Picchu.

In 1983 werd de stad opgenomen in de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het is een ruïnestad van betekenis, maar vooral de ligging in deze bergachtige omgeving is indrukwekkend, we hebben dat mooi kunnen zien vanuit de Zonnepoort, anderhalf uur boven Machupicchu.

De vergelijking met Angor Wat in Cambodja gaat niet helemaal op, maar beide Ruïne-steden zijn wel van vergelijkbare proporties en zeer indrukwekkend. 

Peru deel 1: Puno and the Belmond Andean Explorer

We komen alsmaar hoger; de grensovergang van Bolivia naar Peru is dit keer in een heel gezellig dorpje gesitueerd. Ons doel is Puno in Peru, een stad op 3.860 meter boven zeeniveau aan de oevers van het Titicacameer en telt 141.000 inwoners. Wim heeft inmiddels het medicijn acetazolamide waardoor hij de eerste volledige nachtrust kon genieten in weken. Acetazolamide is een geneesmiddel voor behandeling van glaucoom, epileptische aanvallen, idiopatische intracraniele hypertensie, hoogteziekte, cystinurie, periodieke paralyse, centrale slaapapneu en durale ectasie. Jullie snappen wel dat hier inmiddels een heel andere man rondloopt ;-)

Puno heeft een haven van waaruit men naar Bolivia kan varen of naar de verschillende eilanden in het meer. Het Titicacameer is het grootste meer van zuid Amerika, met een oppervlakte van 8340 km². Het meer ligt in de Andes tussen Peru en Bolivia. We verblijven hier drie nachten om een beetje bij te komen van alle emoties van de afgelopen tijd. We wandelen door de stad, beklimmen de omliggende rotsen etc. We rijden een stukje met de Peruaanse motortaxi, een soort Tuc Tuc en we ontdekken een bar waar ze Duvel hebben ;-) Overigens ontdekt Wim ook het nagisting-bier dat hier lokaal gemaakt wordt, Cusquena Trigo. Dit bier benadert de smaak van een goede Belgische Tripel.

Van Puno naar Cusco reizen we per trein: de Belmond Andean Explorer; kijk maar eens op https://www.perurail.com/trains/belmond-andean-explorer/ Op dit traject rijdt een hele luxe trein dwars door het prachtige Andesgebergte. Achterin de trein is een panorama-coupé (incl. bar) waar je lekker kunt zitten en de bergen aan je voorbij ziet trekken. Verder kom je dwars door stadjes/dorpjes waar we vaak de markt doorsnijden, de koopwaar lag soms zelfs tussen de rails. Later in het landschap zien we vrouwen met kinderen die hun kuddes laten grazen en mannen die op het land aan het werk zijn. Het is niet echt goedkoop, maar het was wel een belevenis ;-) Een hele mooie coupe met een kingsize bed, twee fauteuils met salon tafeltje + mooie badkamer. Alle drankjes en hapjes, diner en ontbijt inclusief. Bij aankomst op het station om elf uur stond de champagne al klaar. S-avonds laat een stop op de pas (col) op 4.336 meter hoogte met uitzicht op de vulkaanberg 5.539 meter. Na nog eens een laatste (free) slaapmutsje hop naar bed. Onze slofjes stonden voor het bed, de badjassen hingen klaar;-) De trein was inmiddels gestopt in ‘the middle of nowhere’. Daar konden we in alle rust slapen tot 05.00 uur, toen kwam de trein weer in beweging. Het was een vreselijk genoegen om twee dagen in zo’n luxe te leven ;-)

Inmiddels hier in Cusco, de Incastad, gaan we ons bezinnen op de verschillende trail-mogelijkheden of überhaupt een trail naar de Machupicchu. Op naar het volgende verhaal…..

Bolivia deel 2 vanuit La Paz; Death Road en Zipline

La Paz is een grote stad gebouwd in een canyon in het Andesgebergte, 'n breed dal in de hoogvlakte op 3640 meter boven de zeespiegel. Tientallen km van de hoogvlakte rondom de canyon is de nieuwe stad die nog groter is dan de binnenstad. Downtown (oude centrum) is deze stad te vergelijken met Saigon, een en al leven op straat, kraampjes, winkeltjes en markten. De straten zijn smal en vaak erg stijl, daarbij was de binnenstad tijdens ons verblijf zo’n beetje hermetisch afgesloten voor verkeer door protesten van indiaanse vrouwen in traditionele kleding. Voor zover wij konden nagaan ging het over de markt her en der in de stad. Wij hadden onze Posada de La Abuela echt in het hart van dit gebeuren en het was ‘n geweldig hostal. Ook in La Paz kun je zien hoe arm een belangrijk deel van de bevolking is. Veel bedelaars en net daarboven de mensen die wat proberen te verdienen met 20 sinaasappels of soortgelijks. Er is duidelijk ook een bovenlaag en daarvoor (en voor toeristen) zijn leuke voorzieningen. Restaurants met live muziek, restaurants met de stijl en inrichting die zou passen in het oudste deel van Den Bosch, de Uilenburg. Kortom La Paz heeft ons heel prettig verrast met haar sfeer, smalle stijle en sfeervolle straatjes, leuke restaurantjes en kleurrijke markten.  

We hebben een van de meest sensationele (hoogste en gevaarlijkste) mountainbike tours ter wereld beleefd, de zogenaamde Death Road van 4700 hoogte naar 1200 meter diepte. Uitgerust met knie en elleboogbescherming en daar overheen een beschermend pak met een integraal helm op stappen we; Tae Soon Hwang (zuid-Korea), Jaana Viherpuu (Estonia) en wij, op onze zeer goed geveerde mountainbikes. Onder aanwijzingen van de ervaren gids Omar (die ook voorop gaat) begint de tocht op het dak van de wereld in La Cumbre en gaat de stijle en gevaarlijke route 2 uur lang naar Coroico om te eindigen in het stadje Yolosa. Deze oude route gaat volledig downhill en eindigt diep in de warme jungle aan de voet van de bergen. De tocht is ongelofelijk mooi en spannend door de daling van 3500 meter, de schoonheid van de omgeving (overigens heb je niet veel tijd om daarop te letten) en de vele watervallen waar je onderdoor fietst. Het busje met onderhoudsmateriaal etc. is nooit ver bij ons vandaan in geval van pech, heeft vervolgens meer dan 3 uur nodig om ons terug te brengen.

We nemen een langere pauze bij de z.g. ‘zipline’, een kabel die enkele kilometers een diepe kloof overbrugt. Een kaartje hiervoor kost maar 60 Bolvianos (nog geen 8 euro). Je zou denken dat het dan niet echt betrouwbaar is. Zoiets is in Europa stukken duurder. Het ziet er super eng uit, je zweeft echt boven een diepe ravijn. Maar de apparatuur en de mensen die het bedienen stralen vertrouwen uit, dus we besluiten ons enthousiasme te volgen. Iemand van de organisatie gaat ons voor om ons aan de overkant op te vangen. Dat ging heel soepel en veilig, dus de angst zakt een beetje. In superman-vlucht gaan we beiden over de kloof (zie filmpje). Wauw, wat een ervaring! Twee sensationele avonturen op een dag! Dat we dit kunnen en mogen doen maakt ons erg happy :-) We gunnen onszelf geen rust en schrijven dit stuk de volgende dag in de bus van Bolivia naar Peru, op naar het volgende avontuur……….

Bolivia deel 1; zoutvlaktes en Sucre

Bolivia. Het hoogstliggende land ter wereld torent uit boven Zuid-Amerika met weerspiegelende zoutvlaktes, het enorme Andesgebergte en knusse koloniale steden. Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika, maar ongelofelijk rijk aan natuurlijke en culturele schoonheden.

Vanuit Chili zien we het landschap langzaam veranderen in een gigantische witte woestijn; Salar de Uyuni, maar het is geen zand, de eindeloze vlaktes bestaan helemaal uit zout. In het regenseizoen ligt er een flinterdun laagje water als een spiegel op deze grootste zoutvlakte ter wereld. Wij kunnen ons in het winterseizoen vrijelijk bewegen in deze zoutvlakte dankzij Samuel die ons in zijn 4WD de hele zoutvlakte laat zien; oneindige leegte, de blauwe lijn t.b.v. snelheidsrecords, flamingo's bij de vulkaan en cactuseiland (Isla Incahuasi).     350 km over de zoutvlaktes met als afsluiting een prachtige zonsondergang. Het lijkt op dit moment de meest uitzonderlijke belevenis die we hebben meegemaakt.

We zijn inmiddels in Sucre, de formele hoofdstad van Bolivia, de regering is gehuisvest in La Paz (vergelijkbaar met Den Haag en Amsterdam). Sucre is een prachtige stad waar de witte gebouwen en kerken een traditionele koloniale sfeer uitstralen. Smalle straten, maar na de entree (vaak grote houten deuren) kom je op binnenpleintjes en blijkt het gebouw ongekend veel ruimte te bieden, zoals ook onze Casa de Huespedes, B&B.

We blijven hier drie dagen om een beetje te herstellen van de hoogte in Uyuni. Wim heeft vooral ’s-nachts veel slaapproblemen gekend vanwege te weinig zuurstof.

Lekker slenteren door de stad tussen de prachtige witte koloniale gebouwen, lunchen op de markt; een Boliviaanse soep, empanada en vers vruchtensap voor 3 euro. De markt met vrouwen in traditionele kleding tussen de zakken noten, peulvruchten en aardappelen, opgestapelde groenten en fruit, hompen vlees, allerlei gevogelte en cantinas waar ze de meest uitzonderlijke maaltijden bereiden. Zo herkenbaar vanuit onze ervaringen in Azië. Het is dus heel erg genieten van de sfeer, de eenvoud en de gezellige drukte. Tegelijkertijd is het ook wel schrijnend om te moeten aanschouwen hoe ongezond ze hier leven, de milieuvervuiling; zwerfvuil en vooral de hoeveelheid  fijnstof door oude auto’s en bussen in deze mooie stad.

Donderdag 17 augustus vertrekken we naar La Paz. We hebben twee opties (auto huren is hier te duur) vliegen of met de nachtbus. Vliegen kan al voor 60 usd dus dat spreekt ons wel aan……..

Chili, San Pedro de Atacama

De tocht van N-Argentinië naar Chili is adembenemend mooi. Dwars door het Andes-gebergte met z'n hoogvlaktes. Van de in totaal 7,5 uur durende reis hebben we vijf uur door de hoogvlaktes gereden. Op 4200 meter hoogte is er natuurlijk nog sneeuw, zijn er bevroren meren en riviertjes en zoutvlaktes. De inmiddels geplaatste fotoserie zegt meer dan wij in woorden konden vatten.

San Pedro de Atacama in N-Chili ligt midden in de woestijn ver van alles en iedereen. Het dorp is gebouwd rondom een oase in de Atacama woestijn, inmiddels is toerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Het is heel erg toeristisch en het leven in dit dorp heeft zich daarop aangepast met leuke restaurantjes en heel veel Touroperators. San Pedro is een trekpleister omdat het een van de droogste plekken op aarde is met bijzondere ecosystemen. Het is voor ons de uitvalsbasis om enkele bijzondere natuurverschijnselen te gaan bekijken. Ondanks dat we niet van georganiseerde tours houden, kiezen we er twee uit, op eigen houtje is het hier moeilijk de omgeving te verkennen. Buiten de oase rest slechts honderden kilometers dorre woestijn, een grote grauwe grijze en stoffige massa. 

Op een middag zien we drie meren; Laguna Cejar ligt midden in de Atacama zoutvlakte met drie meren waarvan er in een gezwommen mag worden. Net als in de dodenzee is het zoutgehalte van dit meer zo hoog dat je vanzelf blijft drijven, Annemarie heeft dat natuurlijk ook uitgeprobeerd ;-) Laguna Tebinquinche, het is een meer met ‘n vaalblauwe gloed vanwege de organismen in het water waar ook flamingo's van leven, helaas zijn die nu in Bolivia of Argentinië vanwege de lage temperatuur hier. In de zomer staat dit meer trouwens droog en wordt het omringd door vulkanen waarvan er een 2 jaar geleden nog actief was, sommige kraters zijn meer dan 6000m hoog. Ojos del Salar (ogen van de woestijn) twee kleine wielen van 15 meter diep met zoutgehalte 80-20. Overigens is het hier 's-nachts rond het vriespunt en overdag ongeveer 20gr.

De dag daarna gaan we naar de Geisers, deze staan hoog op ons verlanglijstje; El Tatio of Los Géiseres del Tatio is een geiserveld in het Andesgebergte op 4200 meter hoogte, slechts 1,5 uur rijden vanaf ons hotel. ‘S-ochtends vroeg moeten we om half vijf voor het hotel klaar staan, het is dan nog 4gr. Helaas komt het busje ons als laatste ophalen, we hebben dan ruim een uur staan blauwbekken. Niet alleen de temperatuur was laag, maar ons humeur daalde ook fors :-( Gelukkig maakte het geiserveld veel goed. Als we aankomen bij de geisers is het -10gr. Uiteraard zijn wij goed voorbereid en hebben we mutsen en wanten gekocht. Het is een uitzonderlijke ervaring, zonsopgang bij 10gr onder nul omringd door 80 geisers. Daarmee is El Tatio het op twee na grootste geiserveld ter wereld. De geisers zijn erg in trek zoals op onze foto’s wel te zien is. We hebben ook lekker ontbeten bij de geisers; broodje ham/kaas met oplosbare Nescafé in de zwavelachtige lucht ;-) Opnieuw vallen wij weer op, Europeanen zijn ook hier zeldzaam en ‘Olanda’ bekt goed. Onze gids riep dus steeds als wij als laatste weer foto’s of filmpjes maakte “Olanda come”!

Reis naar Bolivia per bus is geen pretje, geen service aan boord en vanaf de grens (inmiddels donker) geen verharde weg. Er komt veel stof de bus binnen waar we best last van hebben. Overdag is het wel een mooie route door Chili, welliswaar nog steeds een dor, grauw en stoffig landschap, maar af en toe prachtige natuurverschijnselen zoals gekleurde bergen en bevroren meren. We zijn nu in Uyuni een stadje in Bolivia op 3670 meter hoogte. Annemarie heeft veel last van het stof, het waait hier verschrikkelijk en Wim heeft wat problemen met de hoogte en het stof. Daarover meer in het volgende verhaal……….

Stad en provincie Salta + provincie Jujuy

We laten ons met de taxi naar het centrum van Salta brengen waar we al een hotel geboekt hebben. Het hotel blijkt in hartje centrum te liggen en Salta heeft een heel mooi en prettig centrum. De stad heeft als bijnaam 'la Linda' of 'de schone' en wordt jaarlijks bezocht door vele tienduizenden toeristen, aangetrokken door de indrukwekkende koloniale gebouwen, zoals de 18e-eeuwse Cabildo, de kathedraal, en het Plaza 9 Julio, het stadspark (zie de avond foto’s) en meerdere musea. Na deze drie dagen huren we weer een auto, een Nissan dit keer en trekken de regio in.

We rijden 220 km naar het zuiden waar het tweede deel van deze weg ons door het droge, spectaculaire landschap van de Quebrada de Cafayate voert. Het ruige landschap van rijkgekleurde zandstenen rotsformaties werd hier in de loop der eeuwen uitgehouwen door de Rio de las Conchas. We worden zowaar emotioneel van deze prachtige omgeving, de moeite waard om steeds stops te maken en delen van de canyon zelf te verkennen. We zijn er in de late middag en de zon brengt dan de mooiste kleuren naar boven. We stoppen uiteraard bij de voornaamste bezienswaardigheden zijn de Garganta del Diablo (het duivelsgat) en het Anfiteatro; indrukwekkende rotsformaties. Overnachten doen we in Cafayate, een wijndorpje met economische voorspoed en toeristisch interessant vanwege de mooie omgeving.  

De volgende dag rijden we noordelijk van Cafayate naar het Parque Nacional Los Cardones. Het is een merkwaardig gebied, niet door de rotsen of canyons, maar vanweg de vele hoge cactussen die hier groeien. Er werden diverse fossielen en dinosaurussporen gevonden. Sjonge wat hebben we ons vergist in die rit, 500 km heen en terug over alleen maar onverharde wegen en op de terugweg slechts haarspeldbochten, waarbij de Franse Alpen appel-eitje zijn; dat was afzien voor onze Nissan.

Meer ten noorden van Salta ligt een bijzonder natuurgebied, de Quebrada de Purmamarca, ook Quebrada de Humahuaca genoemd. Het kost ons 7 uur rijden om daar te komen. We zijn net op tijd (of net te laat mag de kijker bepalen) om de belangrijkste bezienswaardigheid ‘de berg met de veertien kleuren’ (Cerro de los Catorce Colores) te bezichtigen. We hadden er niet op gerekend dat we nog een uur over een bijna onbegaanbaar slingerpad de berg op moesten; was weer afzien voor onze Nissan ;-). De berg met de Zeven Kleuren, de Cerro de los Siete Colores zien we een dag later. We overnachten in Tilcara een prachtig en leuk dorpje (dankjewel Marcha) waar ook archeologische vindplaatsen van Huachichocana te vinden zijn. Annemarie koopt er een ring met een Rodocrositasteen (It evokes love en compassion) en een sleutelhanger van Palo Santo hout, een bijzondere magische houtsoort uit het Andesgebied ;-)

De volgende dag leveren we onze auto weer in (na een hoognodige wasbeurt) en na opnieuw een overnachting in Salta vertrekken we ’s-ochtends om half zeven per bus naar het noordwestelijk gebied waar diverse zoutvlakten liggen, waaronder de Salinas Grandes op weg naar Chili en wel het dorp San Pedro de Atacama, maar hierover later meer…….