Annemarie en Wim in América Latina

Centrale Hooglanden van Vietnam

Met de taxi worden we om half zeven in Hoi An opgehaald en terug naar Danang gebracht om van daaruit met de bus naar de Centrale Hooglanden te vertrekken.

Het is weer zo'n 16 persoonsbusje, maar we zitten dit keer vooraan en redelijk comfortabel. We horen onderweg wel wat mensen rochelen, maar zien er verder niks van. De reis gaat dwars door de jungle die met dit regenachtige weer nog meer een echte jungle is. We genieten van de mooie vergezichten, de scherpe haarspeldbochten, de afgronden aan rivierzijde en zo nu en dan een fantastische waterval.

Ondanks dat er in de bergen minder verkeer is blijft het een hectische boel. Vietnam kent slechts één regel in het verkeer 'het recht van de sterkste'. Tot drie keer toe wordt ons kleine busje bijna van de weg gedrukt door een tegemoetkomende grote touringcar. Toch weet onze chauffeur precies wat hij doet en houdt op het juiste moment in. Maar vooral voor Annemarie is deze rit toch wat spannend en roept het herinneringen op. 

 

Om half twee in de middag stappen we opgelucht uit in Kontum. Het is een middelgrote stad waar weinig te zien is. We trekken de stad in en vinden een hotel in het centrum, waarvan de eigenaresse nauwelijks een woord Engels spreekt. Er is verder geen toerist te bekennen, een groter contrast met Hoi An kan bijna niet. Eerst maar eens een lekker biertje in het nabijgelegen cafeetje.

Dan worden we plotseling aangesproken door een mevrouw die begint met “where you come from”. In de toeristische gebieden betekent dit dat ze iets van ons willen hebben of iets aan ons willen slijten. Niet onze Phy, ze is aardig en wil gewoon wat Engels kletsen met westerlingen en ze spreekt het erg goed. Ze blijkt een gepensioneerde lerares Engels die er nog wat bij schnabbelt om rond te komen. Van de overheid krijgt ze maar 100 dollar per maand. Net genoeg om ontbijt van te kopen, grapt ze zelf. Ze geeft in haar binnentuin privélessen aan kinderen uit de stad. Op weg terug naar het hotel nemen we even een kijkje.

 

De volgende dag staan we om vijf uur (!!) naast het bed omdat onze bus naar Bon Ma Thout om zes uur zou vertrekken. Onze hoteleigenaresse heeft zich vergist dus we zijn een uur te vroeg op het station. Een uitgebreid ontbijtje is vervolgens een prettige tijdsoverbrugging. Met het Vietnamese phrasebook in de hand krijgen we ipv noedelsoep heerlijk gebakken eitjes met stokbrood en sterke Vietnamese koffie. Als we bij de bus komen blijkt dat we helemaal achterin moeten zitten in het verhoogde gedeelte met weinig beenruimte. Onze chauffeur lijkt niet de meest sympathieke Vietnamees en geeft niet veel vertrouwen. Dat blijkt nog voorzichtig uitgedrukt, de man rijdt als een bezetene. We worden dan ook twee keer door de politie aan de kant gezet. Dit keer zijn we emotioneel wat beter bestand tegen de soms bizarre verkeerssituaties. Maar net zoals in Cambodja en Laos zitten we weer midden in de vertrouwde bustaferelen:

Precies voor ons zit een mevrouw met een klein jongetje. Als ze eenmaal zitten begint het kind onmiddellijk rijst te eten en melk te drinken. “Dat is niet wijs”, zeggen wij nog tegen elkaar en ja hoor, na een half uur begint het kind al te kotsen. Een zurige lucht verspreidt zich door de bus die zich vermengt met de sigarettenrook van de jongen links voor ons, de lucht van babydoekjes waarmee het kind wordt schoongemaakt en de scherpe geur van een soort van eau de cologne die moet voorkomen dat het kind weer ziek wordt. Wat een heerlijke reis weer!

We rijden dwars door het koffielandschap, niet echt natuurlijk, maar het gebied waar heel erg veel koffie geteeld wordt. Buon Ma Thuot staat dan ook bekend als de koffiestad van Vietnam. Om twaalf uur zijn we op de plaats van bestemming. We laten ons door een taxi naar het centrum van Buon Ma Thuot brengen en vinden gemakkelijk een guesthouse. Ook deze stad heeft behalve een rommelige markt en een imposant gedenkteken niet erg veel te bieden. We vinden uiteraard wederom een leuk caféetje. In de avond ontdekken we een soort Bourgondisch Festival waar allerlei gerechten van goede Vietnamese restaurants worden aangeprezen tegen een redelijke prijs. Het is er sfeervol en er is veel, heel veel eten tegen een redelijke prijs.

 

Het is maandag en Renée is jarig, maar het is hier 6 uur vroeger dus we kunnen nog niet bellen of sms-en. We gaan met een scooter, op zoek naar de koffieboeren. Volgens de man van wie we de scooter huren zijn er many many koffieplantages in de buurt. Onderweg hadden we al gezien dat bijna elk huis een grote plaats heeft (een soort betonnen voortuin) waar, al dan niet op plastic, koffiebonen liggen te drogen. In verschillende stadia, in verschillende kleuren. De bonen moeten elke dag gedraaid worden. De één doet dat met een bezem, de ander met z'n blote voeten en bij weer een ander zien we een soort sneeuwschuiver. Vandaag dus echt het platteland op. Het duurt inderdaad niet lang of we zien de eerste bonen al die liggen te drogen. Een ouder echtpaar is aan het werk met het inscheppen van de bonen in zakken. Ze vinden het leuk dat wij komen kijken en lachen vriendelijk, maar willen niet op de foto. Verder dus. We rijden langs een groot stuwmeer en zien ook de bekende vergezichten op de rijstvelden. Even later rijden we tussen de koffieplanten en komen bij een wat grotere koffieboerderij. De mannen, waarschijnlijk broers, komen naar buiten gelopen als we naar de koffiebonen kijken. Ze zijn zeer vereerd met ons bezoek en hebben alle tijd om ons te woord te staan. Ze nemen ons mee naar de plantage en geven ons graag uitleg over de verschillende soorten koffieplanten. In het Vietnamees wel te verstaan, ze kunnen geen woord Engels, maar wij herhalen keurig elke term die er wordt genoemd. Hun binnenplaats waar de bonen drogen is beduidend groter dan bij de meeste huizen die we gezien hebben. Met wederzijdse respect en de nodige plichtplegingen nemen we afscheid.

 

In het buitengebied, zeker in de bergen, is het lekker rijden, ondanks het feit dat van het landschap weinig ongebruikt gebleven is. In Laos hebben we ons nog verwonderd over de kaalslag die soms in de jungle te zien was, hier zien we overal afgravingen, landbouw, veeteelt of stuwmeren. Een enkele keer worden we getroffen door mooie vergezichten met name in het heuvellandschap. Zo afgelegen zien we de meest primitieve dorpen waar de tijd heeft stilgestaan. Geen stenen huizen, maar huizen van hout waar kinderen spelen die zich allereerst uit de voeten maken als ze ons zien. Toch lukt het Annemarie om een groepje kinderen op de foto te zetten. Weer verder komen we bij een nog groter stuwmeer via een bijna onbegaanbare weg, de omgeving is door het meer veel veranderd. Onder aan de stuw stroomt het meer verder met een kleine waterval. We zijn inmiddels wel zo'n 30 km van Buon Ma Thuot verwijderd. Aan het einde van de dag, armen en gezichten verbrand, rijden we weer terug de stad in. Het is er druk en erg hectisch, maar Wim manoeuvreert als een volleerd Vietnamees door het verkeer. De angst en de emoties bij Annemarie zijn verdwenen, ze zit vol vertrouwen achterop.

Morgen gaan we nog verder naar het zuiden, de 22 graden in de centrale hooglanden is ons nog te koud. Dalat, de wijnstad van Vietnam is onze nieuwe bestemming.


Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!