Angkor Wat
Wellicht overspoelen we jullie enigszins door om de twee of drie dagen een reisverslag te plaatsen. Maar het op deze manier vastleggen van onze ervaringen is voor ons noodzaak om het niet te vergeten; om het niet door de volgende ervaring te laten overschrijven. Zo krijgt alles een plek. In de avonduren bekijken we de foto's, gooien weg wat mislukt is en zoeken er wat uit voor de site. Zo beleven we de dag nog een keer, krijgt ons hoofd een beetje rust en staan we weer open voor de volgende indrukken.
Nu zijn we dus in Siem Reap, voor Cambodjaanse begrippen zeer toeristisch omdat dit het vertrekpunt is naar Angkor Wat. Voor het eerst deze reis weten we ons omgeven door bijna alleen toeristen, zelfs Nederlanders komen we hier veel tegen. Maar dat alles is het meer dan waard.
Angkor Wat is zo ongelofelijk mooi en bijzonder dat foto's en een beschrijving altijd tekort schieten. Angkor betekent letterlijk 'hoofdstad' of 'heilige stad'.
Toen bij toeval in 1860 de ruïnes van een tempelstad in de jungle ontdekt werden was dit een sensatie van de eerste orde, vergelijkbaar met de latere ontdekking van de Incastad Machu Picchu in het Andesgebergte.
Angkor was van de 9e tot de 14e eeuw de hoofdstad van het machtige rijk van de Khmer dat op z'n hoogtepunt naast het huidige Cambodja, van Zuid-China, tot Vietnam, Thailand en Birma besloeg. Het rijk heeft in die periode zowel militair, economisch en cultureel alles bepaald in de verre omgeving.
De tempels zijn het hoogtepunt van de bouwkunst in Zuidoost-Azie. Niets in Europa is ook maar enigszins vergelijkbaar met deze monumentale bouwwerken, die in grootsheid overeenkomen met de piramiden in Egypte.
De tempels waren staatstempels, bedoeld voor de cultus van de god-koning.
Elke god-koning probeerde zijn voorganger te overtreffen in grootte en uitbundigheid.
De meer dan honderd gebouwen die bewaard zijn gebleven, liggen verspreid over een terrein van 230 vierkante kilometer en vormen samen één groot openlucht museum.
Wij kiezen voor de fiets om in drie dagen tijd een groot deel van de tempels te bezoeken en vervolgens af te sluiten met de mooiste en grootste 'Angkor Wat'. Dit tempelcomplex is het best bewaard gebleven omdat het altijd bewoond gebleven is door monniken.
We hebben een tempel gezien 'Ta Phrom' die nog deels overgroeid was met bomen, de tempel waar de film “Tomb Raider” met Lara Croft is opgenomen. Daar kwam Ann-Mary (Lara) Croft helemaal tot leven natuurlijk.
Jammer genoeg voor ons geen verborgen catacomben en openschuivende stenen. Maar dat is ook niet nodig.
Het is (nogmaals) onbeschrijfelijk wat we allemaal zien: de galerijen met bas-reliëfs, de imposante, lotus-vormige torens met de reusachtige glimlachende boeddha's.
We zullen een paar foto's plaatsen wetende dat we hiermee het geheel tekort doen.
Vele tientallen kilometers hebben we gefietst in een hitte van tusssen de 38 á 42 graden (zeker de tweede dag). Voor Guillaume (Indiana) Jones niet het meest geschikte vervoersmiddel natuurlijk, hoewel hij een geharde avonturier is, maar scooters verhuren ze hier niet.
We zijn zelfs voor dag en dauw opgestaan om de zonsopgang bij Angkor Wat mee te maken. Helaas was er teveel bewolking die ochtend, maar het was wel een belevenis om dit mee te maken. Om half zes in de ochtend was het net zo druk als bij ons in de avondspits.
Het Khmerrijk heeft waarschijnlijk z'n oorsprong in dit gebied te danken aan het Tonlé Sap Meer. Door dit meer konden voor die tijd prachtige irrigatie-systemen worden aangebracht waardoor het gebied erg veel rijst opbracht.
Daarnaast is het meer van Tonlé Sap een van de rijkste visgronden ter wereld.
Het bijzondere van dit meer is dat het vier maanden per jaar, tijdens het regenseizoen, de overstroming van de Mekong opvangt.
In die vier maanden stroomt de Mekong niet naar zee maar de andere kant op naar het meer.
Overigens is het landbouwsysteem in de eeuwen erna tot nu nauwelijks veranderd. Er wordt nog veel gebruik gemaakt van ossen en er is ook veel handenarbeid.
Morgen verlaten we dit prachtige gebied om in het noordoosten van Cambodja de bergdorpjes te gaan bezoeken. Voor die reis hebben we waarschijnlijk vier dagen nodig.
Wordt dus vervolgd over........................
Battambang
Steeds weer spannend voor ons wanneer we internet opstarten en zien wie welke reacties geschreven heeft. Blijven doen, maakt het voor ons extra leuk!!!
Op maandagochtend 18 mei vertrekken we vanuit Phnom Penh met een geheel nieuwe route in ons hoofd. We hebben op de kaart gezien dat de trein van Phnom Pehn naar Bangkok door het plaatsje Pursat komt en wij willen van daaruit een stukje met de trein naar Battambang (de tweede stad van Cambodja).
Op advies nemen we een taxi en na wat onderhandelingen blijkt die niet veel duurder te zijn dan een expressbus.
Waar we niet op gerekend hadden is het rijgedrag van onze taxichauffeur. De man legt in 2,5 uur zo'n 220 km af, dwars door dorpen en steden. Claxonerend haalt hij een roadtrain in terwijl er ook vrachtwagens als tegenliggers aankomen. Iedereen schikt wat in en het loopt goed af. Ook kinderen op fietsen, jongeren op scooters en ossenkarren worden met luide claxon gewaarschuwd door onze chauffeur. Alleen de loslopende koeien trekken zich nergens wat van aan en dat levert dus ook een fikse noodstop op.
Voor wie de Taxidriver gezien heeft; de scenes in die film waren er kinderspel bij.
We laten ons afzetten in het slaperige stadje (dorp) Pursat. Als we uitstappen kijken mensen ons vreemd aan, toeristen maken hier namelijk zelden een stop.
We vinden al snel een slaapplaats (echt bij mensen in huis).
We hebben een hele middag om te achterhalen waar het station is en hoe laat de trein morgenvroeg vertrekt. Met een plaatjes-aanwijsboekje krijgen we uiteindelijk uitgelegd dat we op zoek zijn naar een treinstation.
We moeten een stuk lopen, maar we zien de spoorlijn parallel aan de weg dus dat komt helemaal goed.
Uiteindelijk komen we bij een bord dat aangeeft dat er een treinstation is “Royal Railwaystation of Cambodia” We wandelen het pad in en we zien op tachtig meter afstand een stationnetje dat zo uit de film “Once upon a time in the west” zou kunnen komen. Er zit een mevrouw met etenswaar (die zitten overal) en er zijn natuurlijk kinderen. Verder wat loslopende kippen en runderen die tussen de rails scharrelen, maar verder is alles verlaten, vervallen en gesloten. En wij maar klagen over 'Station Geldermalsen'.
Op de muur aan de railzijde hangt een bord met “Souschef de la Station”, duidelijk een overblijfsel uit de koloniale tijd.
Een meisje dat een beetje Engels spreekt zegt “not every day no train”.
We lopen weer terug naar de straat en kijken wat rond, wat nu?
Even verderop zien we een oudere heer kijken. Annemarie spreekt hem aan in het Frans, we hebben gemerkt dat de oudere mannen vaak nog wel wat Frans spreken. Hij voelt zich gevleid en spreekt gedistingeerd Frans en is daar trots op. De trein stopt maar drie keer in de vier weken in Pursat! Daar gaat ons plan om met de trein te reizen.
De volgende dag zitten we al om half acht in de bus. Om half tien worden we wakker geschud omdat wij in de stoelen zitten die anderen geboekt hebben. Vrij snel blijkt dat wij op de plaats van bestemming zijn, maar met rust gelaten zijn omdat we sliepen. We zijn dus nu in Battambang, een charmant stadje met voldoende hotels en guesthouses.
Woensdag 20 mei; we besluiten om maar weer een scooter te huren. Wim met een sneeuwwitte broek en Annemarie met korte broek op een oude scooter. We moeten het geval diezelfde dag nog vijf keer aanduwen om te starten.
Kort na het verlaten van de stad gaan de wegen over in roodachtig zand.
We komen bij Phnom (heuvel) Sampeu waarop een kale Pagode staat, in de jaren zeventig gebruikt als gevangenis en ondervragingscentrum door de rode Khmer. In een grot in de buurt liggen schedels en beenderen van de slachtoffers die eerst dood geknuppeld werden en vervolgens door het gat in de bovenkant naar beneden gegooid werden.
Als we in de grot zijn zien we het herdenkingsmonument vol met schedels en beenderen. Een oude man maakt voor ons de deur open zodat we de schedels goed kunnen zien, luguber schouwspel met een vreselijke verhaal.
Weer zo'n 15 km verder komen we bij de 'eerste' Wat (tempel uit Angkortijdperk).
Honderd jaar eerder gebouwd en waarschijnlijk model gestaan voor Angkor Wat.
Een erg aardig meisje loopt met ons de trappen op naar de tempel op een 80 m. hoge heuvel. De tempel werd in de 11e eeuw door koning Uday-adityavarman opgericht. Het is een fikse klim naar de vijf torens van lateriet en zandsteen, maar het meisje wuift ons met haar palmblad koelte toe. Zij doet dit om een paar duizend Riel of een dollar te verdienen. Slow, roept ze ons toe; step by step. Als ze Annemarie even wat zwaarder hoort ademen pakt ze haar bij de arm om de laatste treden te helpen. We voelen ons tachtig, maar stellen onszelf gerust dat we meer last hebben van de warmte dan van onze conditie.
Weer beneden gekomen trakteren we onszelf op water, bier en kokosmelk. Er zijn veel “terrasjes” waar je uit kan kiezen en weinig gasten. We worden naar binnen gepraat door Na. We denken dat het haar terras is, maar ze blijkt werkeloos en wees en spendeert haar dagen door op deze plek rond te hangen en met toeristen te praten. Haar ouders, broers en zussen zijn omgekomen tijdens de Rode Khmer periode en ze wil ons graag nog wat grotten laten zien. Maar voor vandaag hebben we ons portie schedels wel weer gehad.
Desalniettemin neemt Na de taak over van het meisje en wuift Wim koelte toe. Ze is duidelijk van hem gecharmeerd en giechelend vertelt ze dat zijn lange neus een teken van schoonheid is. Ze vindt hem heel 'handsome'. Gevleid betalen we en trekken verder.
We zijn inmiddels wel een heel stuk van 'huis' en hoe nu verder. Het is pas 14:00 uur en we zijn vier uur onderweg. Al een fikse regenbui gehad en weer opgedroogd.
De wegen zijn modderig en glad. De witte broek van Wim is inmiddels beige met bruine vlekken en gescheurd door de soms vreemde capriolen die we met de scooter moeten uithalen. We hebben iets gehoord over een bamboetrein dus op zoek naar het spoorlijntje.
Na ongeveer 20 km over zandwegen met kuilen, bulten en regenplassen en inmiddels tien keer vragen 'Norry' (verbastering van Lorry) komen we in een gehucht waar een spoorlijntje doorheen loopt. Het lijkt niet gebruikt te worden, maar we zien verderop iets verschijnen.
Het is het meest bijzondere en vreemde transportmiddel ter wereld denken wij. Het concept is even eenvoudig als geniaal. Een oude spoorlijn (Phnom Penh naar Battambang), twee mannen, twee assen met ieder twee wielen die ze los op de rails leggen. Daaroverheen leggen ze een bamboevlonder en een dieselmotor als krachtbron met een V-snaar naar de as en klaar is kees. Onze scooter wordt erop gezet, wij voorop en met een snelheid van zo'n 30 km per uur rijden we terug naar Battambang. Alles gaat goed tot er een tegenligger komt, maar daar zijn goede afspraken over. Degene die het lichtst beladen is haalt lading, assen en vlonder van de rails en zet daarna alles weer terug op de rails. Het is niet comfortabel, maar wat een belevenis.
Een witte broek minder, bijna een vrouw erbij, gebruinde kuiten en een ervaring rijker. Wat een dag!
Morgen gaan we naar Siem Reap, de basis voor de vekenning van “Angkor Wat” de tempelstad in de jungle. Wordt vervolgd...........
Phnom Penh
Phnom Penh, het Parijs van Indo-China. De stad ligt op de plaats waar de rivieren Mekong en Tonlé Sap bij elkaar komen. Omdat de Mekong zich hier in vieren opsplitst noemen de Cambodjanen deze plek Chato Mukha, de vier gezichten. Hoewel de stad flink in ontwikkeling is heeft het haar karakter en charme bewaard. Er is nagenoeg geen hoogbouw maar wel vele brede boulevards en vervallen en/of opgeknapte oude Franse Villa's getuigen van het koloniale verleden.
Phnom Penh heeft ongeveer anderhalf miljoen inwoners en is daarmee de grootste stad van Cambodja. Ons hotel staat vlak bij het koninklijk paleis, een ongelofelijk complex, hierover later meer.
Volgens de legende is Phnom Penh ontstaan omdat ene mevrouw Penh vijf boeddhabeelden vond aan de rivier. Zij heeft daarvoor een tempel op een heuvel (Phnom) laten bouwen. Sindsdien staat de stad bekend als Phnom Penh, de heuvel van Penh. Lang daarvoor bestond de Angkor-dynastie en was Phnom Penh nog slechts een nederzetting.
Even iets over dit land (om de komende weken te kunnen begrijpen wat we vertellen en laten zien op foto's).
Driehonderd na Christus is er sprake van een staat in de Mekongdelta.
Het rijk van Angkor heeft bestaan van 802 tot 1432 en bevat Cambodja, delen van Laos en de gehele Mekongdelta.
Vervolgens vierhonderd jaar relatieve rust in Cambodja met veel deelstaten.
Koloniale periode van 1864 tot 1953 met Frankrijk als moederland.
Periode Koning Sihanouk van 1955 tot 1970.
Militaire coop door Lon Nol en de opkomst van de Rode Khmer van 1970 tot 1975.
Demokratisch Kampuchea van 1975 tot 1978 (Rode Khmer met Pol Pot)
Volksrepubliek Kampuchea tot 1989, overgangsregering onder toezicht van Vietnam.
Op weg naar stabiliteit (democratie) 1989 tot heden (Sihanouk wordt opnieuw Koning)
We zijn net in Phnom Penh en na een pittige busrit zijn we op zoek naar een lekker terras om even tot rust te komen, de hitte is overweldigend.
We nemen de laatste dagen alleen nog de goedkopere kamers zonder airco (of aircon zoals ze hier zeggen), maar met ven(tilator) dan is de klap met de buitentemperatuur niet zo groot. We zijn erg blij als het bewolkt is zodat de zon geen vat heeft op ons tere huidje. We lopen voornamelijk in lange broek en dun shirt met lange mouwen en natuurlijk de hoed die je op veel foto's ziet; die is hier onontbeerlijk.
Maar goed, gebleven bij het terras. Na een uur lopen met deze temperaturen heb je echt al behoefte aan rust, schaduw en water of cola. We hebben in ons leven nog niet zoveel cola gedronken als in de afgelopen twee weken.
Op een terras komen we in gesprek met de eigenaresse, A'van. Het terras ernaast blijkt de hele dag bezet te worden door in Phnom Penh wonende Engelsen. Dit laatste tot grote ergernis van onze gesprekspartner. Ongevraagd komt ze bij ons zitten en begint in onvervalsd Cambodjaans Engels te vertellen over haar leven. Op vragen antwoorden kan ze bijna niet; ze verstaat het niet of ze is te veel bezig met haar eigen verhaal. Wat we ongeveer begrijpen is dat de Europeanen die hier komen wonen Phnom Penh kapot maken door de prijzen van huizen op te drijven. Phnom Penh not happy herhaalt ze wel tig keer. Later blijkt dat ze zelf al een jaar een Zweedse vriend heeft.
Gezien haar leeftijd (Wim was zo onbeleefd om die te vragen), 45 jaar, vragen we haar naar haar ervaringen tijdens het regime van de Rode Khmer.
Maar daar wil ze liever niet over praten. Zij zat in Hanoi in die tijd, gevlucht omdat haar moeder als Vietnamese daar gemakkelijk kon verblijven.
Wij werden overigens bij aankomst op het terras met alle egars ontvangen.
Het barmeisje, A'lin, komt onmiddellijk met het spelletje 'vier op een rij' aanzetten en vraagt vrij dwingend: play game with me?
Annemarie beheerste dit spelletje vroeger behoorlijk goed, maar maakt tegen haar geen schijn van kans. Ze blijkt twintig jaar en speelt dit spel elke dag met klanten. Als we haar vragen naar haar toekomstdroom geeft ze niet thuis. Er komt niet veel meer uit dan een “I don't know”.
Dat is met de jongeman die ons dagelijks bedient bij ons favoriete restaurantje wel anders. Hij vertelt over zijn toekomstdroom. Hij is docent in het basisonderwijs en het restaurant is van zijn vrouw die in de VS een cursus koken heeft gevolgd. Vandaar dat er ook hamburger op het menu staat, maar wij beperken ons tot haar overheerlijke fried rice met chicken.
We praten met hem over de verschillen in onderwijs tussen Nederland en Cambodja. Hij is nieuwsgierig, praat redelijk goed Engels en er volgt een aangenaam gesprek. Het intrigerende vinden we wel dat hij doorstudeert voor docent op een High School (voor ons middelbaar onderwijs). Daarnaast wil hij samen met zijn vrouw naast het restaurant een guesthouse openen. Nu huurt hij dit pand nog, maar hij wil het gaan kopen en uitbreiden. Volgend jaar komt er een kind. Hij is pas drieentwintig jaar oud.
Rode Khmer en POL POT
We zijn in het Genocide Museum, het is werkelijk schokkend. De regering-Pol Pot voerde een radicale verandering van de samenleving door in 1975. Een nieuw begin van wat het jaar nul werd genoemd. Op 17 april werden ze in Phnom Penh nog als helden binnen gehaald. Binnen enkele uren na hun aankomst gaven de Rode Khmer de inwoners opdracht de hoofdstad te verlaten. Niemand werd ontzien, ook ouderen en zieken niet. Wie weigerde te vertrekken, werd ter plekke doodgeschoten. Na vaak dagenlange voettochten kwamen de stedelingen op hun bestemming waar ze tewerkgesteld werden in arbeidskampen en plattelandcommunes. Phnom Penh veranderde in een spookstad en had in het begin van 1979 nog maar 25.000 inwoners (daarvoor bijna anderhalf miljoen).
Op de puinhopen van de oude maatschappij moest een nieuwe agrarische communistische heilstaat verrijzen. Alles wat naar kapitalisme rook, werd met wortel en tak uitgeroeid. De handel werd stilgelegd, het privébezit afgeschaft evenals het geld. Ook radio, televisie en kranten werden verboden. Scholen en ziekenhuizen sloten hun deuren en het bezit van horloges werd verboden, die hadden boeren op het platteland niet nodig.
In 1979 werden de Rode Khmer en Pol Pot verjaagd door de Vietnamezen, terwijl de rest van de wereld toekeek.
Pol Pot (broeder nr. 1) en de Rode Khmer worden verantwoordelijk gehouden voor de dood van miljoenen mensen. Pol Pot is pas in 1997 gearresteerd en tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Hij is overleden op 15 april 1998. Nuon Chea werd in september 2007 gearresteerd, veel later dus. Als broeder nr. 2 wordt hij gezien als de tweede man van de Rode Khmer. Op Pol Pot na zit de gehele Rode Khmer-leiding nog gevangen. Het is een heikele kwestie merken we Men verkeert nog in een struisvogelfase. Liever niet aan denken en al helemaal niet over praten.
Of het komt door wat we deze ochtend gezien hebben in het museum, de warmte of gewoon omdat we een virus hebben opgelopen; we zijn allebei ziek. Buikgriep in een mate waarop we echt moeten terugvallen op een paardenmiddel, gelukkig hebben we dat ook bij ons.
De volgende dag gaan we op weg naar de Killing Fields waar na één foto ons fototoestel het begeeft. Gisteren zijn we al met onze laptop naar de reperateur geweest, vandaag is het ons fototoestel (vocht, hitte?). We zien het herdenkingsmonument bij Choeung Ek (the Killing Fiels). Een gebouw van tientalle meters hoog, helemaal vol gestapeld met schedels. Toch te luguber voor een foto. In het begin schoten de Rode Khmer hun slachtoffers dood, maar om kogels te sparen gingen ze snel over op doodslaan met knuppels en geweerkolven.
We hebben het genocide-museum bezocht en de Killing Fields gezien. Genoeg schedels voor de rest van ons leven. Ook de martelpraktijken gezien. We willen daar nu ook liever niets meer over schrijven, komt later misschien wel weer. We zullen één of twee foto's plaatsen.
Terug in Phnom Penh gaan we op zoek naar een nieuw fototoestel. We vinden hetzelfde merk maar dan iets moderner.
Dan toch maar naar het koninklijk paleis, voor de Rode Khmer en ook na de Rode Khmer weer in ere hersteld. De koning heeft nog slechts een representatieve functie, zoals bij ons. Cambodja is een wankele democratie waar geen van de politieke partijen de meerderheid haalt waardoor ze tot elkaar veroordeeld zijn. Het lijkt ons goed als dat voorlopig zo blijft.
Het paleis is onbeschrijfelijk, wat een overdreven, pompeuze gebouwen doorspekt met boeddhisme. Prachtig om te zien als je de rest van wat je gezien hebt in dit land uitschakelt. Mooie gebouwen zoals wij die niet kennen en heel veel 'prullaria'. The Royal Palace bestaat uit een tiental prachtige gebouwen, de een nog groter en mooier dan de ander in een parkachtige omgeving. Kortom, onbeschrijfelijk, kijk maar naar de foto's.
Aan het einde van ons bezoek aan het paleis moeten we een fantastische tropische onweersbui afwachten, het regent werkelijk pijpenstelen. Na een half uurtje is het droog en kunnen we het Paleiskwartier verlaten. Dan staat ons wel een verrassing te wachten. Niet alleen het terrein van het paleis is onder water gelopen, maar ook de uitgang en de weg staan onder water. Het brengt prachtige taferelen teweeg. Kinderen die gaan badderen op straat, auto's die onder water lopen, Vrachtwagens die golven veroorzaken etc. We hebben werkelijk een fantastisch filmpje kunnen maken met ons nieuwe toestel. Maar gezien de lage uploadsnelheid van de verbinding hier gaat dat voorlopig niet op Hyves verschijnen. Daarom zijn de beloofde andere filmpjes ook nog niet verschenen.
Des avonds treffen we het weer, 'de koning is jarig'. Het park voor het paleis is helemaal vol met Cambodjanen. Opa's, oma's, vaders, moeders en uiteraard een stapel kinderen. Het is één groot feest in het park en het paleis is verlicht alsof het kerstmis is. We vallen op tussen het feestgedruis en mensen spreken ons aan, zo komen we ook te weten dat het de verjaardag is van de koning. Overigens wordt Koningdag hier drie dagen gevierd.
Morgen gaan we Phnom Penh verlaten, maar met smart. Phnom Penh is de leukste en mooiste stad die we tot nu toe gezien hebben. Het is werkelijk een metropool die zich kan meten met menig wereldstad.
Sihanoukville
Sihanoukville is vernoemd naar koning Sihanouk die van 1953 tot 1973 het rijk leidde tot de overname door de Rode Khmer. Nadat Vietnam een nieuwe regering geïnstalleerd had werd Sihanoek in 1993 opnieuw tot koning gekroond. De huidige koning is Norodom Sihamoni (toevallig vandaag jarig; daar horen jullie binnenkort meer over).
De stad is niet veel meer dan een zeehavenstad, begin jaren zeventig aangelegd en daarme de enige zeehaven van Cambodja. Daarnaast heeft de stad enkele mooie stranden die steeds meer toeristen trekken. Wij zijn op een van de stranden even gaan kijken om vervolgens een lekker biertje te drinken, maar dan wel in de schaduw.
Sihanoukville is een stuk duurder dan alle voorgaande steden, zowiezo is Cambodja duurder dan Vietnam. Dat hadden we niet verwacht. De kloof tussen arm en rijk is hier ook groter. Tijdens het avondeten stonden kleine zwervers in de leeftijd van Tijn, bij onze tafel te wachten wanneer we stopten met eten. Onmiddellijk werden de restjes verorberd met handen en voeten. Het zijn echte zwervers in groepjes van zo'n 7 à 8 kinderen. Ze verzamelen ook blikjes ed. Het is buitengewoon schokkend om dit mee te maken. We worden er een beetje triest van.
Deze stad wordt door Backpackers vaak bezocht voor het Ream National Park. Land, zee, zandstranden mangrovemoerassen, groenblijvende bossen, kreken, koraalriffen en twee eilanden ter grote van 210 vierkante kilometer. In de jaren zeventig beschermd verklaard vanwege de bijzonder flora en fauna. O.l.v. een gids gaan we dit park bezoeken.
Er zijn meer dan honderd verschillende vogelsoorten waaronder visarenden en ooievaars in twee uitvoeringen. In het park leven herten, civetkatten, miereneters, en een bijzondere apensoort, de krabetende makaak.
In de zee komen dolfijnen voor, we hebben er daadwerkelijk een gezien, op afstand weliswaar, maar de gids was erg trots. Na een tocht over de rivier komen we bij een zogenaamd ongerept strand aan. Daar is tijd om wat te zwemmen voor de liefhebbers, wij gaan op verkenning uit. Daarna zijn we dwars door de jungle gelopen (jungle is een wat groot woord) om na een poosje uit te komen in een klein vissersdorpje aan de rivier. Daar hebben we heerlijk geluncht, uiteraard vis. Niet een hele spannende tocht vandaag met veel apen en andere wilde dieren, maar wel een lekker dagje op sjouw.
Des avonds in de bar van ons guesthouse “G-Day Mate” (good day mate), jullie raden het al, gerund door een Australier, ontmoeten we Jim. Jim woont hier ook en runt iets verderop ook een bedrijfje. Jim is nu 61 en is op 55 jarige leeftijd, na drie mislukte huwelijken allereerst naar Thailand gegaan. Naar eigen zeggen als sextoerist. Na de nodige omzwervingen woont hij nu 2,5 jaar in Cambodja. Zijn Khmervriendin (Cambodjaanse) is hij alweer kwijt en hij heeft het allemaal wel gezien en gehad. De man is werkelijk een waterval en hij komt al snel 'gezellig' dichterbij om beter te kunnen kletsen terwijl de hele bar kon horen wat hij vertelde. Dit soort mannen zijn er naar onze smaak iets te veel in dit land en wellicht ook in de rest van Azie.
Inmiddels zijn we in Phnom Penh, klaar voor nieuwe avonturen.......
Laatste dagen in Vietnam en eerste dagen in Cambodja
Voorlopig de laatste twee dagen in de Mekongdelta. Op advies nemen we een minbus van Chan Tho naar Chau Doc (op de grens met Cambodja). Het is zo'n busje waar in Nederland ongeveer negen tot elf personen in kunnen/mogen. Als we instappen zitten we riant. met z'n tweeen op een driepersoons bankje. Naast mij gaat een mevrouw zitten, hoe kan ik het treffen, een forse dame met twee dikke tassen tussen haar benen. Alle vrouwen in Vietnam zijn tenger en slank en wie komt er naast mij zitten.......
Het wordt nog erger, we moeten onze driepersoonsbank gaan delen met vier........ vijf mensen. Het is echt een blik sardientjes.
Er blijken 33 mensen in het busje te kunnen, en dat met deze rijstijl.
Voorin begint de eerste te kotsen, hij krijgt onmiddellijk een zakje en de chauffeur scheurt gewoon verder.
Achterin het busje wordt nog een vrouw ziek, zeker nog nooit van reispilletjes gehoord. Annemarie slaapt licht dus ik zeg niks bang dat haar reispilletjes bij deze taferelen het niet zullen redden. Zelf heb ik gelukkig een sterke maag.
Deze reis duurt zo ongeveer drie uur, de chauffeur maakt er duidelijk een sport van om zoveel mogelijk mensen ziek te rijden.
Als ik van ellende in slaap gevallen ben wordt ik vrijwel onmiddellijk weer gewekt, we zijn er. We worden belaagd door scootertaxi's om ons naar een hotel te brengen en het valt niet mee om die mannen af te schudden. In een slechte bui word ik dan wat minder vriendelijk.
Chau Doc is een klein grensstadje waar veel gesmokkeld wordt vanuit Cambodja. Sterke drank, sigaretten en consumentenelectronica. De scooters met grote pakken die met hoge snelheid door het stadje scheuren zijn de smokkelaars naar wij vernemen.
Het is hier beduidend primitiever, weinig verharde wegen en de stad stinkt ook erg. Dit wordt vooral veroorzaakt door de bijzondere maar toch ook wel weer sfeervolle markt.
Een betaalbaar en goed hotel vinden duurt nu erg lang, maar we treffen het toch weer. Een redelijk hotel met een leuk terras aan de rivier, wel lange broek en lange mouwen tegen de muggen.
Inmiddels hebben we allebei de nodige darmproblemen, niets verontrustend maar wel een waarschuwing om op te letten met het eten.
Zondag begint lekker rustig, wat onrustig geslapen door de warmte, en voor het eerst onder een klamboe, maar een heerlijk ontbijt op het terras, brood met gebakken ei en lekkere thee.
Na wat omzwermingen door de stad, tempel bezocht en mensen gekeken, laten we ons in een cyclo-rijder (goedkoop soort riksja) naar de Sam Mountain of Nui Sam (berg van koningskrab) brengen.
Het is een vooraanstaand boeddhistisch pelgrimsoord. Er zijn vier tempels gebouwd die je tijdens de bergwandeling tegenkomt afgewisseld door allerlei kraampjes zoals in de steden.
Vooral Chinezen uit binnen en buitenland komen hier op af.
Het is een flinke klim naar boven en de tempels zijn voor ons niet echt de moeite waard, maar de uitzichten over de Mekongdelta met z'n rijstvelden zeker wel.
We zijn de enige westerlingen op de berg en het is bijna aandoenlijk hoe ouders hun kinderen op ons attenderen die dan spontaan beginnen te zwaaien en hello roepen. Annemarie zwaait terug als was ze Maxima zelf. Na de zware bergtocht besluiten we helemaal terug te lopen, zes kilometer met een temperatuur van tussen de 38 en 42 graden, niet wijs...... we zien wel veel.
Maandag vertrekken we naar Cambodja, niet eerst naar Phnom Penh met de boot maar langs de grens naar de zuidkust van Cambodja. het is een ongebruikelijke route waar geen bus of ander openbaar vervoer naar toegaat.
We laten ons door scootertaxi's naar een grensovergang te brengen.
Na vijf slagbomen, tien keer paspoorten laten zien en vijf keer formulieren invullen met als resultaat 32 stempels, mogen we Cambodja in.
Daar staan meteen weer Cambodjaanse scootermannen om ons naar de dichtstbijzijnde plaats te brengen, het laatste deel van de rit in een tropische regenbui (weten jullie wat een tropische regenbui inhoudt?)
Met een zonnetje even later en 38 graden zijn we ook zo weer droog,
We huren een busje naar Kampot, 200 km dwars door het fantastische landschap over onverharde wegen. Dat laatste zorgt ervoor dat alles wat nog ergens in onze slokdarm is blijven hangen aan het einde van de rit wel op de juiste plek beland is.
Cambodja is mooier dan Vietnam vinden wij allebei, uitgestrekt, rustig en veel wijdser. Veel minder bevolking en veeeeeeeel minder verkeer.
Onderweg zien we het mooie landschap met rijstvelden, kleine boerderijen met buffels, varkens enz. Het ziet er wel redelijk goed uit, niet zo armoedig.
Ook Kampot blijkt een oase van rust. Een charmant stadje aan de rivier de Prek Kompong Bay biedt uitzicht over Bokor Nationaal Park. Het stadje, oorspronkelijk gesticht door de Fransen, ademt nog een vage mediteranne sfeer door de okergele koloniale gebouwen.
Dat was nog niet zo lang geleden anders. In 1994 ontvoerden Rode Khmer net buiten Kampot drie buitenlanders uit een trein en brachten hen ter dood.
(Wees gerust; dat is 15 jaar geleden, de situatie is heel veilig nu...)
Nog lang niet al die vroegere koloniale gebouwen zijn bewoond en gerenoveerd. Wij hebben er dus alvast eentje uitgezocht, zie foto.
We hebben al vrij snel een aardig guesthouse gevonden, en het eten in de stad is verrukkelijk. Het is wederom een soort straatrestaurant. De enige manier om authentieke gerechten te proeven is door je onder de bevolking te begeven en niet in de westerse hotels of restaurants te gaan zitten (dan doen we alleen voor free Wifi). Gelukkig is er een tolk, een meisje, zelf ook klant, dat Engels spreekt om ons te vertellen wat we gaan eten. Niet alles is voor onze maag bestemd vinden we allebei en hebben we inmiddels ondervonden.
Het is dinsdag 12 mei en we huren een scooter in Kampot. Dat is de beste manier om het landschap te zien en tegelijkertijd koelt de wind ons een beetje af. We reizen de hele regio door met z'n tweeën op de scooter. Wat een fantastisch landschap hier en wat een fijn land om te zijn. Veel vrolijkheid, vriendelijkheid en opnieuw veel zwaaiende mensen. We zien achtereenvolgens de grotten van Phnom Sorsea waar een kleine pagode staat en waar we worden rondgeleid door een monnik in opleiding. De grootste grot, Rung Damrey Saa (grot van de Witte Olifant) is vernoemd naar een rotspartij die een beetje lijkt op de kop van zo'n dikhuid.
In de vleermuizengrot hangt een penetrante geur van een kolonie vleermuizen. We zien ze niet, maar we horen ze duidelijk. We kunnen maar een paar treetjes naar beneden; onder de laatste tree gaapt een diep gat. We voelen ons bijna Indiana Jones en Lara Croft, maar wij hebben geen stand-in's en dus houdt dit avontuur hier op.......
Even later komen we bij het dorpje Kep. Het is moeilijk voor te stellen dat het vervallen Kep ooit de populairste badplaats van het land was. Het is bij de burgeroorlog tussen de regering van Lon Nol en de Rode Khmer in de jaren zeventig veranderd in één grote ruïne. Het plaatsje naderend zien we de eerste ruïnes van vroegere villa's van welgestelde Fransen. Sommige worden provisorisch bewoond door plaatselijke bevolking, anderen zijn totaal verlaten. Op het strand onder de palmbomen zien we het prachtige tafereel van de krabbenmarkt. Een verzameling bamboehutten met wat restaurantjes ed. maakt het plaatje compleet. Wat een prachtig land en wat een heerlijke zee. Het zeewater voelt verrassend warm aan.
Als je met Wim aan zo'n tocht begint weet je eigenlijk al van te voren dat je op een plek gaat komen die niet op de kaart staat en waar je verrast wordt door mooie natuur of bijzondere ervaringen. Dat is vandaag ook het geval. Zoekend naar een zijstraat van de hoofdweg af (hier staat niet echt iets aangegeven) slaan we op goed geluk een onverhard pad in. Het wordt steeds smaller, kuilen en plassen vermijdend laveert Wim behendig verder. Verderop zijn mannen een bruggetje aan het bouwen. We moeten terug denken we, maar de mannen wijzen ons keurig een pad over de velden. Uiteindelijk komen we uit bij de zee waar vissers hun stek hebben. Daar ontmoeten we een jonge visser die onmiddellijk zijn Engels op ons gaat oefenen. Hij is hoogst verbaasd hier toeristen aan te treffen. We hebben zo goed en zo kwaad als het gaat een kort gesprek.
De terugweg wordt ook weer spannnend, maar gelukkig komen we als snel op een breder pad. Daar staan we even stil bij een boer die met ossen zijn land ploegt en we worden onmiddellijk weer aangesproken door een Cambodjaan die nieuwsgierig komt kijken naar die gekke Westerlingen. Dit keer wordt het een gesprek in het Frans en deze man blijkt, naast boer, ook docent Geschiedenis te zijn. Weer op de verharde weg (soort snelweg) moeten we meerder keren inhouden of stoppen vanwege overstekende koeien, buffels, honden en soms kinderen. Iedereen houdt hiermee rekening, als er iets gebeurt dan is het altijd de schuld van een chauffeur. Wat een geweldige tocht, wat een geweldige dag, onze scooter is weer goed vies, wij behoorlijk bezweet en voldaan.
Inmiddels zijn we in Sihanoukville aan de zuidkust van Cambodja. We zijn hier voor het Riem National Park. Van hieruit gaat er ook rechtstreeks een bus naar Phnom Penh, maar zover zijn we nog niet.......
Inmiddels hebben we van Henny gehoord dat onze collega's een gedenkwaardige en mooie herdenking voor Gerard gehouden hebben op school in het bijzijn van Alwin en Iskander. Daarna een bijeenkomst voor leerlingen waar ook bijna alle jongeren bij aanwezig waren. Het doet ons erg goed om te horen hoe emotioneel, integer en indringend de bijeenkomst was. Van hieruit wensen we de familie van Gerard heel veel sterkte in het bijzonder Alwin, Iskander en Kees. Het was voor ons erg prettig om reacties te krijgen op het verhaal n.a.v. het bericht over Gerards dood. Heel verrassend en fijn was de reactie van zijn zus Betsie.
CanTho
Van Saigon naar Can Tho
Met de lokale bus reizen we woensdag naar Vinh Long.
De busreis gaat erg voorspoedig en we worden door de Vietnamezen erg geholpen bij vertrek, tussenstop en de juiste route. Als we na een tussenstop te laat zijn wordt er gewacht en mensen die op onze stoel zijn gaan zitten worden naar achter gestuurd. Voordurend stappen er verkopers in de bus om de volgende halte de bus weer te verlaten. Eten of drinken meenemen in het openbaar vervoer is dus overbodig.
Vinh Long is een rustig stadje midden in de Mekong Delta. Het gebied dat vooral voor veel rijst zorgt. Veel van de rijst hier wordt uitgevoerd naar de rest van de wereld. Daarnaast worden hier bananen, ananas, mango, doerians, kokosnoten, slangen, krabben en vis gekweekt. We gaan het later allemaal zien.
We zijn in dit gebied al een bezienswaardigheid. Kinderen zwaaien, ouders stoten elkaar aan en roepen hun kinderen.
Uitkijkend over de rivier Tien Giang drinken we een biertje, vloeit er een traantje en proosten we op Gerard.
De volgende dag huren we een boot om naar Can Tho te varen. Na de nodige onderhandelingen lukt het om een bootsman zo gek te krijgen om bijna vier uur met ons naar Can Tho te varen en vervolgens in z'n eentje weer terug. Later zullen we horen dat die reis per boot ook erg ongebruikelijk is. Voor ons is de reis heel bijzonder, dwars door de Mekong Delta per boot.
In de avond tijdens het eten van een 'echte' loempia, die dingen worden helemaal niet gebakken, wordt Wim bijna ten huwelijk gevraagd door een dame met een klein kind op de arm. Daar komen overigens geen kamelen aan te pas Renée. Er wordt erg veel om ons gelachen maar wel op een leuke manier.
Kinderen lopen achter ons aan en willen op de foto.
De zwager van de ober en daar weer de zus van die heeft een vriendin die iemand kent die scooters verhuurt.
Dus hebben we de volgende dag de beschikking over een scooter om de Mekong Delta per scooter te verkennen.
Met de scooter een dagje door de mekongdelta
Om tien uur wordt onze scooter gebracht. De man vertelt heel trots over zijn ijzeren ros dus zullen wij er wel heel voorzichtig mee zijn.
Na een onheilspellende tocht door de stad komen we in het landschappelijk gebied. Ook in het landschappelijk gebied zijn veel woningen (nou ja woningen). De mekongdelta bestaat uit een uitgebreid gebied van rivieren en kanalen. Langs alle kanalen en rivieren is lintbebouwing met smalle paden. Verder zijn er geen wegen of paden naar de rijstvelden dus het duurt nog even voordat we de reeds lang beloofde rijstvelden zien. Het zicht wordt steeds ontnomen door de woningen en een bomenrij.
We kiezen voor de kleinere dorpjes met deels onverharde wegen. Na de eerste drie kilometer zijn we al helemaal door elkaar geschud. Bij elk bruggetje is het nog maar de vraag of we daar balancerend overheen komen.
Dit had de scootermeneer misschien niet helemaal in gedachten....
Onze tocht door de kleinere paden en dorpjes bezorgt ons wel een fantastische dag. Vele contacten, zwaaiende kinderen, mannen die met Annemarie op de foto willen, en een klasje schoolkinderen keurig met uniformpjes aan.
We krijgen op enig moment het vermoeden dat we door al die dorpjes en smalle straatjes wel wat van onze koers af zijn.
We besluiten om tijdens het nuttige van een biertje (elke klein dorpje heeft een paar café's en een tankstation) de wijze heren van het dorpje om advies te vragen. Dat hebben we geweten, er ontstaat er een levendige discussie die lijkt op een soort ruzie. Uiteindelijk wordt het voor ons dan toch nog gokken in welk van de vier paden we onze weg vervolgen.
Wel grappig zo'n discussie met die mannen zonder dat we elkaar konden verstaan (zie Hyves van Annemarie).
Onze tocht gaat verder en we komen de meest bijzondere situaties tegen; een jongetje met een big aan de lijn, bananenbomen, een jongetje rijdend op een Os en een kapper in een hutje aan de rivier.
Onze routekeuze is mooi, heel smal door allerlei dorpjes, maar geeft veel vertraging. Bijna komen we nog in tijdsnood want het gaat om zes uur schemeren. Om kwart voor vijf komen we weer op een doorgaande weg, nog
zo'n vijftig kilometer van huis (Can Tho). Het wordt een pittige rit (hyves van Annemarie). Bij het hotel aangekomen controleren we de scooter op losse onderdelen, het valt mee en de scootermeneer is tevreden als hij de ijzeren ros weer ophaalt.
Vrijdag 8 mei
De man van de scooters wist ons over te halen om op vrijdag nog een boottochtje te maken door de smalle kanaaltjes met de beruchte apenbruggetjes, een soort bruggetje van een boomstam met een leuning om je aan vast te houden.
Han (de bootsman) komt ons om half zeven bij het hotel ophalen. Een aardige man die een paar woordjes Engels spreekt.
Het wordt een indrukwekkende tocht. Met een klein bootje kun je overal komen en Han kent de weg en weet wat we willen zien. Prachtig foto's en teveel foto's is het gevolg.
We zien een noedelfabriek en een slangenboerderij, uiteraard erg kleine familiebedrijfjes in de rimboe. We worden bij de rijstvelden gebracht en moeten een stukje lopen van Han, omdat we dan verderop over een apenbruggetje moeten balanceren. Wat een armoede in de binnenlanden maar wat hebben deze mensen een plezier in het leven. We zien kleine voetbalveldjes en een clubhuis met twee heuse biljardtafels.
Toch is het meest opvallende wel de grote verschillen tussen arm en rijk.
Hutjes (krotten) langs de rivier met op de achtergrond enorme villa's.
Op het platte land hebben mensen het relatief goed met hun kleine opbrengsten aan rijst, vis, varkens en vruchten.
Na een paar uurtjes blijkt het bootje ook een stoffen dakje te hebben. Daar zijn we dan erg blij mee. We hebben nog geen hoeden en dat was niet slim. Het dakje is zeer welkom, maar we zijn inmiddels twee gebraden kippetjes (het is vandaag 40 graden en de zon komt vaak tevoorschijn).
We eten bij een soort Van der Valk midden in de busch. Puur voor het toerisme en onderhouden door de bootsmen die met regelmaat daar aandoen. We eten een lekkere vis die allereerst moet worden gedood. Nadat we dat gezien hebben wordt er even getwijfeld, maar de honger overwint.
Het wordt de lekkerste vis die we ooit gegeten hebben. Het bereiden van eten kunnen ze hier zowiezo bijzonder goed.
Om drie uur zijn we terug in Can Tho waar ik een paar uurtje later dit verslag zit te schrijven op een terrasje naast ons hotel.
Ik heb eerst wat kleding moeten uitwassen, witte kleding blijkt toch niet zo'n goed idee.
Annemarie heeft aan de serveerster een vriendin voor het leven door drie woordjes Vietnamees te spreken.
Morgen vertrekken we met de bus naar Chau Doc op de grens met Cambodja, een nieuw avontuur tegemoet.........
Dank voor de reacties, het doet ons erg goed!
Gerard
Maandag 4 mei 2009, het is twee uur in de nacht te Ho Chi Minh City.
Wij horen zojuist via Henny Scheffers dat onze goede vriend en collega Gerard Blok vandaag overleden is aan een hersenbloeding.
Totale verbijstering, we kunnen de slaap niet vatten.
Toch niet: Gerard de alleskunner, de international, de Francofiel, de doortastende schoolleider, de man die er altijd was als je problemen had.
Op woensdag voor de meivakantie hebben we wel afscheid genomen, maar dat zou maar tijdelijk zijn. Het is een bizarre gedachte; Gerard nooit meer te kunnen spreken of zien.
We voelen ons hier machteloos, maar kunnen vanuit Vietnam niks doen. Doorgaan alsof er niks gebeurd is wordt ook moeilijk.
We zullen er niet zijn om samen met onze collega's Gerard te herdenken en de mooie herinneringen te delen.
In stilte zullen Annemarie en ik hem herinneren zoals hij altijd was; daadkrachtig en goedmoedig. Een levensgenieter van het mooiste soort!
Soms wat snel en kort door de bocht, maar altijd met een goed hart.
Wij zetten onze reis voort en geven Gerard daarin een plek.
Zoals wij Gerard gekend hebben zou hij niet anders willen.
Sterkte aan alle collega's in het bijzonder hen die heel dicht bij hem stonden.
Cu Chi tunnels
Maandag vier mei. Vroeg uit de veren vandaag want we gaan naar de Cu Chi (koe tsjie) tunnels en we gaan per bus. We moeten daar om kwart over acht al zijn. Eerst douchen, dat kan op onze kamer, en dan aan de noedelsoep.
De reis gaat eerst naar een opvang voor oorlogsslachtoffers, geen benen etc. Vietnam kent geen of nagenoeg geen bedelaars omdat de regering hen in alternatieve werkkampen opvangt. Ze maken daar voornamelijk “kunst”en worden relatief goed verzorgd. Op een paar foto's is te zien hoe zo'n werkplaats eruit ziet en de Vietnamese kunst die ze maken.
Weer buiten merken we pas hoe warm het vandaag is, De zon is doorgebroken en het is al gauw tussen de 36 en 38 graden. Maar snel in de bus met airco.
Tijdens de rit naar de Cu Chi tunnels krijgen we een soort propandaverhaal volgens communistisch gebruik. Vietnamezen zijn slim, moedig en zijn helden. Ze waren de Amerikanen te slim af en streden voor vrijheid; is natuurlijk ook zo.
De tunnels werden gebruikt voor een bittere strijd voor vele jaren. Het was een ondergronds dorp van ongeveer 200 km, 50 km van Ho Chi Minh City.
De gids is een wat vervelend mannetje die toeristen eigenlijk maar niks vind. De toeristen in onze bus bestaan voornamelijk uit..... ja.... Amerikanen, Canadezen Japanners en twee Nederlanders natuurlijk.
Wij blijken later als enige een fooi te geven, misschien komt het daardoor dat mister Bean, zoals hij aangesproken wilde worden, toeristen arrogant vindt.
De tunnels zijn inmiddels een echte toeristische trekpleister geworden. Veel gedoe met nog meer propaganda en dito prullaria om het compleet te maken.
Als we echt bij de tunnels komen is het de trip toch echt helemaal waard. Wat een ongelofelijk tunnelstelsel en wat zijn die Vietnamezen klein. We kunnen er maar amper doorheen. We zijn slechts 30 meter door de tunnels geklauterd en dat was al erg heftig. Het tunnelstelsel geeft voor ons gevoel ook wel aan dat deze oorlog door de Amerikanen nooit gewonnen kon worden. Het fanatisme van de Vietcong, ondersteund door de bevolking was blijkbaar enorm.
Terug in de stad nog maar eens de kleine steegjes op gezocht. Achter die smalle toegangen vanuit grotere straten gaat een totaal andere wereld schuil die je normaal niet ziet. Op enig moment lopen we zomaar voorbij een kleuterschooltje. Na het wisselen van beleefdheden vinden ze een foto wel leuk, zie foto's.
We hebben nog enkele sfeerbeelden gemaakt. Wat een stad, wat een verschillen en wat een verkeer. Je gaat hier niet naar toe voor een vakantie, het is te druk met teveel uitlaatgassen en met een herrie die geen rust kent. School en werk volledig vergeten door (inderdaad Philip) deze cultuurschok.
Om negen uur weer lekker gegeten bij een van de kraampjes langs de weg. Heerlijk eten voor 3 euro en zittend aan comfortabele tafels met stoelen, ha ha.
Overigens nog geen vreemde wezens gegeten, waarschijnlijk wel vreemde onderdelen van bekende dieren. En de pepers zijn hier erg heet hebben we spelenderwijs ontdekt.
Morgen gaan we met openbaar vervoer naar de Mekongdelta, rijst, rijst en nog eens rijst.
Jullie reacties zijn wel erg leuk en prettig om te lezen dus............... blijf reageren.
Overigens hebben we nu de mazzel dat we in een wereldstad zijn en internet hier vrij eenvoudig is; reken vanaf nu niet elke dag op een verhaaltje!! (Zou ook een beetje saai worden...).